Spring naar inhoud

Toegankelijkheidsopties:

Toelichting op de balans

6.1 Vastgoedbeleggingen en materiële vaste activa

​6.1.1 Vastgoed in exploitatie

Het vastgoed in exploitatie bevat de woningen en bedrijfspanden die Woonin verhuurt. Deze zijn gewaardeerd op marktwaarde in verhuurde staat, conform het Handboek modelmatig waarderen marktwaarde, actualisatie peildatum 31 december 2024, versie oktober 2024 (31-10-2024). De waardering van het vastgoed is consistent met voorgaande jaren, in overeenstemming met geldende grondslagen voor de jaarrekening 2024 en tevens in lijn met de voor 2024 wettelijk voorgeschreven waarderingsgrondslag zoals opgenomen in de Woningwet en het daaruit afgeleide handboek modelmatig waarderen marktwaarde geldend ten tijde van het opmaken van de jaarrekening 2024.

De marktwaarde is bepaald vanuit het beleggersperspectief. Dit betekent dat het vastgoed gewaardeerd is op de waarde in de markt, zonder rekening te houden met wettelijke bepalingen voor corporaties en beleidskeuzes die de corporatie maakt. Dit leidt tot een ongerealiseerde herwaardering. Deze maakt onderdeel uit van het eigen vermogen. De realisatie van deze ongerealiseerde herwaardering is sterk afhankelijk van het te voeren beleid van Woonin. De mogelijkheden voor Woonin om vrijelijk door complexgewijze verkoop of huurstijgingen de marktwaarde in verhuurde staat van het vastgoed in exploitatie te realiseren worden beperkt door wettelijke maatregelen en maatschappelijke ontwikkelingen zoals demografie en ontwikkeling van de behoefte aan (DAEB) huurwoningen.

Om de marktwaardering van het onroerend goed in exploitatie te bepalen, zijn alle verhuureenheden opgedeeld in waarderingscomplexen. Een waarderingscomplex is een samenstel van verhuureenheden dat in principe bestaat uit vergelijkbare verhuureenheden voor wat betreft type vastgoed, bouwperiode en locatie, dat als een geheel in verhuurde staat aan een derde partij verkocht kan worden. Alle verhuureenheden maken deel uit van een waarderingscomplex of zijn afzonderlijke waarderingscomplexen.

Het vastgoed in exploitatie is als volgt te specificeren:

          2024    
Bedragen x € 1.000 2024   2023   DAEB Niet-DAEB Totaal
               
Stand per 1 januari              
Historische kostprijs in exploitatie 3.075.487    2.966.386    2.788.316  287.171  3.075.487 
Historische kostprijs renovatieprojecten 42.105    8.911    42.105  42.105 
Herwaardering marktwaarde in expl. 3.642.097    4.135.729    3.385.563  256.534  3.642.097 
Herwaardering renovatieprojecten -172.927    -80.333    -172.927  -172.927 
Balanswaarde per 1 januari 6.586.762    7.030.693    6.043.057  543.705  6.586.762 
               
Mutaties              
Investeringen bestaand bezit 24.141    31.900    23.386  755  24.141 
Desinvesteringen -25.297    -45.716    -22.567  -2.730  -25.297 
Oplevering nieuwbouw 71.059    48.576    71.059  71.059 
Overige mutaties   -1.240   
Overboekingen     2.325  -2.325 
Mutatie actuele waarde 658.215    -418.050    615.020  43.195  658.215 
Mutatie ORT renovatie 14.222    -92.594    14.222  14.222 
Afboekingen geannuleerde projecten -241      -241  -241 
Mutatie renovatieprojecten -7.914    33.194    -7.914  -7.914 
Totaal mutaties 734.185    -443.930    695.290  38.895  734.185 
               
Stand per 31 december              
Historische kostprijs in exploitatie 3.295.054    3.075.487    3.008.278  286.776  3.295.054 
Historische kostprijs renovatieprojecten 33.949    42.105    33.949  33.949 
Herwaardering marktwaarde in expl. 4.150.648    3.642.097    3.854.824  295.824  4.150.648 
Herwaardering renovatieprojecten -158.704    -172.927    -158.704  -158.704 
Balanswaarde per 31 december 7.320.947    6.586.762    6.738.347  582.600  7.320.947 
               
Marktwaarde in verhuurde staat 7.445.702    6.717.584    6.863.102  582.600  7.445.702 
Materiële vaste activa renovatieprojecten 1.300    391    1.300  1.300 
Vastgoed in exploitatie 7.447.002    6.717.975    6.864.402  582.600  7.447.002 
Voorziening onrendabele investering renovatie -126.055    -131.213    -126.055  -126.055 
Balanswaarde per 31 december 7.320.947    6.586.762    6.738.347  582.600  7.320.947 

Het vastgoed in exploitatie van Woonin is in aantallen als volgt te specificeren:

Aantal eenheden 2024   2023
Beginstand 38.164   38.016
Verkoop -60   -75
Sloop -163   -368
Nieuwbouw +591   +418
Aankoop +10   +11
Overige mutaties +698   +162
Eindstand  39.240     38.164 
Waarvan woningen 34.805   34.494

De overige mutaties 2024 bestaan voornamelijk uit het opvoeren van afgesloten parkeerplaatsen om deze los te kunnen verhuren nadat het lopende huurcontract is beëindigd. In het huurbeleid van Woonin worden bij nieuwe verhuringen de parkeerplaats en woning van elkaar losgekoppeld. Een huurder wordt namelijk niet verplicht tot het huren van een parkeerplaats gelegen in het gebouw, maar heeft de keuze om van deze voorziening al dan niet gebruik te maken. In 2024 heeft Woonin daarom haar parkeerplaatsen geïnventariseerd en om dit in de systemen goed te kunnen vastleggen zijn in 2024 extra eenheden ontstaan.
Verder zijn er ook omzettingen van onzelfstandige naar zelfstandige eenheden. 

Voor een nadere specificatie van de verkopen wordt verwezen naar paragraaf 7.5.

Het onderscheid tussen DAEB en Niet-DAEB vastgoed is in het boekjaar 2024 evenals in 2023 gebaseerd op de indeling DAEB en Niet-DAEB uit de woningwet. De huurprijs bij aanvang van het huurcontract bepaalt of een woning tot de DAEB categorie behoort of niet. De huur van een woning met een aanvangshuur onder de maximale lagehuurgrens kan door een individuele huurstijging door de maximale lagehuurgrens stijgen. Deze woning blijft dan echter een DAEB woning.

Woonin waardeert vanaf 2016 haar vastgoed op basis van marktwaarde in verhuurde staat conform het handboek marktwaardewaardering. De parameters 2024 zijn deels vastgesteld in het handboek, deels zijn er vrijheidsgraden. De belangrijkste parameters inzake woongelegenheden zijn als volgt:

  2024 2023
     
Contracthuur per maand 650  613 
     
Doorexploiteerscenario    
Gem maximale huur per maand 1.045  974 
Gemiddeld aantal WWD punten 168  164 
Mutatiehuur midden/hoogsegment 1.155  1.139 
Mutatiehuur laagsegment 751  699 
Aandeel woningen potentieel midden/hoogsegment 76,6% 81,0%
Meerwaarde-afdracht Utrecht per OGE 25.296  26.283 
     
Uitpondscenario    
Verkoopkosten per OGE 3.996  3.427 
Splitsingskosten per OGE 1.118  1.207 
Meerwaarde-afdracht Utrecht per OGE 73.483  59.413 
Aantal complexen 7 jaar exploitatiebeklemming 263  242 
     
Parameters (ongewogen)    
Disconteringsvoet DE 5,4% 5,3%
Disconteringsvoet UP 6,9% 6,3%
Disconteringsvoet hoogste scenario 5,4% 5,8%
Exit yield DE 4,2% 4,3%
Exit yield UP 3,3% 3,7%
Mutatiegraad (basis) 6,7% 6,8%
     
Kosten algemeen per OGE    
Onderhoudskosten DE 1.801  1.733 
Onderhoudskosten UP 1.184  1.131 
Beheerkosten 535  502 
Belasting & verzekering 502  492 
  2024 2023
     
Ratio's    
Leegwaarderatio 52,5% 55,7%
Leegwaarde/WOZ* 123,0% 104,2%
Kapitalisatiefactor contracthuur 26,69  25,81 
Kapitalisatiefactor markthuur 14,03  14,35 
BAR contracthuur 3,7% 3,9%
BAR markthuur 7,1% 7,0%
Contracthuur-Leegwaarde ratio 2,0% 2,1%
Markthuur-Leegwaarde ratio 3,7% 3,9%

De marktwaarde van het vastgoed wordt enerzijds beïnvloed door de ontwikkelingen in de beleggersmarkt en anderzijds doordat Woonin een actief investerings- en desinvesteringsprogramma heeft. De totale waarde van het vastgoed in exploitatie is in 2024 met € 729 miljoen gestegen van € 6,718 miljard naar € 7,447 miljard.

Op totaalniveau is er sprake van een waardestijging van het bezit. Naast markteffecten zijn er effecten van mutatie van de vastgoedgegevens. Hierop heeft Woonin invloed en dit betreft met name de contracthuren. De autonome waardeontwikkeling in 2024 bedraagt € 637 miljoen (9,5%) positief. Naast de autonome waardeontwikkeling verandert de waarde als gevolg van bezitsmutaties. Het totaal aantal eenheden neemt in 2024 toe. Als gevolg van verkoop, sloop, oplevering nieuwbouw en aankopen stijgt de waarde van de vastgoedportefeuille per saldo circa € 91 miljoen. Daarnaast worden renovatieprojecten, splitsingen en woningverbetering als gevolg van planmatig onderhoud onder de activa in exploitatie ondergebracht en wordt de voorziene onrendabele investering van renovatieprojecten in mindering gebracht op de activa in exploitatie. De onder de materiële activa in exploitatie ondergebrachte renovatieprojecten zijn toegenomen met € 1 miljoen.

De belangrijkste oorzaken van de autonome waardeontwikkeling zijn:

Mutatie vastgoedgegevens
  • De contracthuur is in 2024 als gevolg van de reguliere huurverhoging gestegen. De woningpunten van de woningen die de maximale huurprijs bepalen, zijn opnieuw bepaald conform de gewijzigde regelgeving in de Wet betaalbare huur. Het energielabel van de woningen wordt zwaarder gewogen, de buitenruimten worden beter gewaardeerd en nieuwbouw kent een opslag. Daarnaast zijn de puntprijzen geïndexeerd. Per saldo is er een positief effect van € 213 miljoen.
  • De overige effecten zijn € 15 miljoen negatief.
Methodische effecten
  • De verlaging van het percentage overdrachtsbelasting voor woongelegenheden per 1 januari 2026 van 10,4% naar 8,0% heeft een positief effect van € 80 miljoen in de eindwaarde.
  • De Wet betaalbare huur reguleert de middenhuur. Er wordt minder kasstroom gerealiseerd doordat er geen vrije markthuur meer van toepassing is, maar een maximale huur conform de woningwaardering. Dit heeft een negatief effect van € 87 miljoen.
Markteffecten
  • De disconteringsvoet van het uitpondscenario is verhoogd om de forse stijgingen in leegwaarde en markthuren op de gebruikersmarkt te dempen. Dit is nodig om aan te blijven sluiten bij de waarde op de beleggersmarkt (complexgewijze verkopen van vastgoed in verhuurde staat). In het doorexploiteerscenario blijft de disconteringsvoet nagenoeg gelijk. Per saldo is er een negatief effect van € 337 miljoen.
  • De markthuren zijn gestegen, de toekomstverwachting is licht positief bijgesteld. Dit leidt tot een positief effect van € 253 miljoen. Een deel van dit effect wordt ongedaan gemaakt door de regulering van de middenhuur waardoor de markthuur niet meer gevraagd kan worden, zie methodische effecten.
  • De leegwaarden zijn fors gestegen door een zeer gunstige markt waarbij nog steeds vaak boven de vraagprijs wordt verkocht. Per saldo is er een positief effect van € 392 miljoen. Ook de leegwaarde-ontwikkeling is positief bijgesteld. Dit geeft een positief effect van € 217 miljoen.
  • Overige effecten zijn € 79 miljoen negatief.

Grafisch kan het voorstaande als volgt gepresenteerd worden:

Marktwaardegroei versus inflatie

De positieve waardeontwikkeling 2024 van € 729 miljoen wordt in onderstaande grafiek vergeleken met de waardeontwikkeling van de afgelopen 14 jaar van Woonin (t/m 2022 enkel Utrecht en Nieuwegein, vanaf 2023 inclusief Houten en Wijk bij Duurstede):

Bovenstaande grafiek in tabel-vorm:

Percentage Marktwaardegroei Inflatie 14-jaarsgemiddelde
2011 1,2% 2,3% 9,4%
2012 2,6% 2,5% 9,4%
2013 1,4% 2,5% 9,4%
2014 3,3% 1,0% 9,4%
2015 2,6% 0,6% 9,4%
2016 15,6% 0,3% 9,4%
2017 15,3% 1,4% 9,4%
2018 13,1% 1,7% 9,4%
2019 0,3% 2,6% 9,4%
2020 13,1% 1,3% 9,4%
2021 16,9% 2,7% 9,4%
2022 -5,4% 10,0% 9,4%
2023 -5,5% 3,8% 9,4%
2024 10,8% 3,3% 9,4%

Per jaar toont de waardestijging een grillig verloop, omdat deze sterk afhankelijk is van de ontwikkelingen op de woningmarkt. De meerjarige gemiddelde waardestijging van het bezit ligt boven de inflatie. In 2019 is de waardeverandering sterk beïnvloed door een beleidswijziging van de gemeente Utrecht met hogere meerwaardeafdrachten tot gevolg. In 2022 is wederom een wijziging ingerekend op de meerwaardeafdracht en dit heeft een positief effect. De daling van de waarde in 2022 en 2023 komt vooral door een hoger vastgoedrisico en een dalende markt. In 2024 herstelt de beleggersmarkt zich, met name nadat de Wet betaalbare huur in werking is getreden en er duidelijkheid is gekomen over de regulering van de middenhuur.

Bij bepaling van de marktwaarde hebben de taxateurs de full-versie van het Handboek modelmatig waarderen marktwaarde, actualisatie peildatum 31 december 2024, versie oktober 2024 (31-10-2024) toegepast. Hierin zijn een aantal vrijheidsgraden opgenomen. In onderstaand overzicht is per vrijheidsgraad toegelicht waarom is afgeweken van de basis versie van het Handboek modelmatig waarderen marktwaarde actualisatie peildatum 31 december 2024.

De marktwaarde komt tot stand door de inschakeling van twee onafhankelijke/deskundige taxateurs waarbij beide taxateurs 1/3e deel van de volledige taxatie voor hun rekening nemen en de 2/3e deel van de markttechnische update.

WONEN / PARKEREN
Onderdeel Toelichting
Schematische vrijheid Conform basisversie, er is geen afwijking.
Markthuur(stijging) De markthuur is ingeschat door taxateurs op basis van referentietransacties (market evidence), aangezien dit een betere weergave is en beter aansluit bij de werkelijke situatie dan een modelmatig bepaalde markthuur. Markthuurstijging is door taxateurs ingeschat op 3% in jaar 1 en 2% voor de resterende DCF-periode.
Exit yield Bij circa 8% van de woningcomplexen is afgeweken van de basis versie omdat de modelmatig berekende eindwaarde onrealistische output parameters voortbrengt. De taxateur heeft de exit yield daarbij zelf vastgesteld.
Leegwaarde(stijging) De leegwaarde is ingeschat door taxateurs op basis van referentietransacties (market evidence), aangezien dit een betere weergave geeft van en beter aansluit bij de werkelijke situatie dan een modelmatig bepaalde leegwaarde.
De leegwaardestijging is ingeschat door taxateurs op basis van een generiek parameteroverleg met corporaties die eveneens actief zijn in de regio Utrecht / Nieuwegein. De door taxateurs ingeschatte ontwikkeling geeft een betere weergave voor de regio en/of plaats dan de modelmatig bepaalde leegwaarde-ontwikkeling.
Disconteringsvoet Taxateur en Woonin zijn van mening dat de disconteringsvoet die tot stand komt op grond van de basisversie onvoldoende recht doet aan de afwijkende risicoprofielen van de complexen onderling. Taxateur heeft daarom per complex een inschatting gemaakt van de disconteringsvoet. De disconteringsvoet is ingeschat door taxateurs op basis van referenties (market evidence).
Mutatie- en verkoopkans De mutatiegraad is vastgesteld op basis van het 5-jarig gemiddelde, tenzij dit door Woonin c.q. taxateurs niet reëel wordt geacht (o.a. in geval van recent opgeleverde nieuwbouw). De mutatiegraad kent aftoppingsgrenzen die in een gezamenlijk parameteroverleg tussen corporaties en taxateurs zijn afgesproken. Zo wordt het effect van een mutatie in een klein complex gedempt en hoge mutatiekansen worden gedempt omdat dit meerjarig geen stand houdt. Reguliere complexen zijn afgetopt op max 12%, onzelfstandig op 45%. In jaar 1 van uitponden is de opslag op basis van de huur/leegwaarde-verhouding bepaald en niet op basis van de 2% opslagregel conform handboek.
De mutatiegraad bij parkeergelegenheden is ook op basis van het 5-jarig gemiddelde vastgesteld. Bij uitponden geldt bij het 1e jaar van uitponden een opslag van 2%.
(Achterstallig) onderhoud Voor onderhoudslasten is aansluiting gezocht bij de VTW-normen aangezien dit een beter beeld geeft dan de gefixeerde onderhoudsnormen in de basisversie. Er hebben in overleg met de taxateurs aftoppingen plaatsgevonden en er zijn af- en opslagen toegepast voor de grootte en bouwjaar van de woning. Achterstallig onderhoud voor 4 complexen is ingerekend in overleg met taxateur op basis van externe documentatie.
Onderhoud bij parkeergelegenheden is deels door de taxateur ingeschat en deels conform basisversie handboek.
Technische splitsingskosten Voor meergezinswoningen in de plaats Utrecht met bouwjaar <1950 zijn door Woonin technische splitsingskosten à € 17.750 per woning ingerekend indien deze niet in een VvE zit. In de periode 1950-1998 is dit € 4.150 per woning. Na bouwjaar 1999 zijn er geen kosten ingerekend. De bedragen zijn gebaseerd op in het verleden uitgevoerde werkzaamheden en worden door de gezamenlijke corporaties als een reële inschatting van de te maken kosten gezien.
Bijzondere uitgangspunten Op een klein aantal complexen rust een beklemming waardoor de woningen niet naar een andere huurklasse kunnen worden opgetrokken en niet kunnen worden verkocht.
Erfpacht Een deel van de portefeuille is gelegen op erfpachtgrond in eigendom van de Gemeente Utrecht. Voor deze complexen is maatwerk op basis van de full versie toegepast. Noemenswaardige bepalingen zijn onder andere de verrekening van de meerwaardeafdracht bij mutatie van sociale huur naar markthuur en de meerwaardeafdracht bij uitponden. Beide zijn ingerekend op t=0. De afdracht vindt volledig plaats aan het begin van de beschouwingsperiode en gaat daarmee één-op-één van de marktwaarde af.
Exploitatiescenario Voor de onzelfstandige eenheden in een gemixt complex en onzelfstandige complexen is ervoor gekozen om uitsluitend het exploitatiescenario door te rekenen, aangezien uitponden niet realistisch wordt geacht voor deze complexen. Ook tijdelijke woningbouw kent een gedwongen doorexploiteerscenario.
Bij parkeergelegenheden zijn complexen op een exploitatiescenario gezet indien de bijbehorende woningen beklemd zijn.
Overige kosten en opbrengsten Woonin heeft 3 locaties met tijdelijke woningbouw. Na einde exploitatietermijn is deze vrijheidsgraad door taxateur gebruikt om de resterende kasstromen in de DCF op nul te stellen.
BOG / MOG / ZOG
Onderdeel Toelichting
Schematische vrijheid Per BOG/MOG/ZOG type zijn inschattingen gemaakt voor respectievelijk de looptijd bij herziening, mutatiekans en huurvrije periode.
Markthuur(stijging) De markthuur is ingeschat door taxateurs op basis van referentietransacties (market evidence), aangezien dit een betere weergave geeft van en beter aansluit bij de werkelijke situatie dan een modelmatig bepaalde markthuur. Markthuurstijging is conform de basisversie.
Exit yield De exit-yield is ingeschat door taxateurs op basis van referenties (market evidence), aangezien dit een betere weergave van de werkelijke situatie geeft dan de modelmatig bepaalde exit yield.
Disconteringsvoet De disconteringsvoet is ingeschat door taxateurs op basis van referenties (market evidence), aangezien dit een betere weergave van de werkelijke situatie geeft dan de modelmatig bepaalde disconteringsvoet.
Onderhoud Voor het onderhoud is aansluiting gezocht met het basishandboek.
Erfpacht Een deel van de portefeuille is gelegen op erfpachtgrond in eigendom van de Gemeente Utrecht, voor deze complexen is maatwerk op basis van de full versie toegepast. Bij BOG / MOG / ZOG is er 1 complex met erfpachtsuppletie conform opgave opdrachtgever.

Overige informatie
De materiële vaste activa en de vastgoedbeleggingen zijn verzekerd tegen aanschaf- c.q. voortbrengingskosten. Jaarlijks wordt de verzekerde waarde geïndexeerd.

Het onroerend goed is qua vreemd vermogen gefinancierd met leningen met WSW-borging. Woonin heeft het WSW gevolmachtigd om, in voorkomende gevallen, een hypotheek te vestigen op het bezit. Van deze volmacht heeft het WSW gedurende het verslagjaar geen gebruik gemaakt.

De grond in Utrecht is grotendeels uitgegeven in erfpacht. Er rust een sociale huurbestemming op en in alle gevallen is de canon afgekocht. De grond in de overige gemeentes is in eigendom.

Beleidswaarde

De beleidswaarde van het vastgoed in exploitatie is gebaseerd op de methodiek zoals opgenomen in het Handboek marktwaarde en bedraagt per 31 december 2024 € 3,95 miljard (2023: € 3,8 miljard).

Het verschil tussen de marktwaarde en de beleidswaarde ultimo 2024 bestaat uit de volgende onderdelen:

Bovenstaande grafiek in tabel-vorm:

Waterval  
Marktwaarde 7.445.702 
-/- Beschikbaarheid -719.131 
-/- Betaalbaarheid -1.557.315 
-/- Kwaliteit -1.749.157 
-/- Beheer -313.404 
-/- Disconteringsvoet 842.502 
Beleidswaarde 3.949.197 

De uitsplitsing tussen de DAEB-tak en Niet-DAEB-tak is als volgt:

Bedragen x € 1.000 DAEB vastgoed in exploitatie Niet-DAEB vastgoed in exploitatie Totaal
       
Marktwaarde per 31 december 2024 6.863.102  582.600  7.445.702 
       
Beschikbaarheid (scenario) -422.446  -30.082  -452.528 
Beschikbaarheid (eindwaarde) -99.794  -8.967  -108.761 
Beschikbaarheid (60 jaar) -775.738  -48.546  -824.284 
Beschikbaarheid (overdrachtskosten) 615.155  51.287  666.442 
Betaalbaarheid (huren) -1.492.263  -65.052  -1.557.315 
Kwaliteit (onderhoud) -1.641.274  -91.085  -1.732.359 
Kwaliteit (EFG-labels) -16.698  -99  -16.797 
Beheer (beheerkosten) -294.304  -19.100  -313.404 
Disconteringsvoet 778.142  64.361  842.502 
Subtotaal -3.349.222  -147.283  -3.496.505 
       
Beleidswaarde per 31 december 2024 3.513.880  435.317  3.949.197 

Hieronder worden de stappen om van marktwaarde naar beleidswaarde toegelicht:

Stap 1 (beschikbaarheid):
In deze stap wordt uitgegaan van het doorexploiteer scenario, daarom vervallen de overdrachtskosten die bij de marktwaarde zijn ingerekend. Vanaf 2024 gaan we daarnaast uit van een looptijd van 60 jaar, zonder eindwaarde. Deze laatste opmerking vertaalt zich in twee aanpassingen op de marktwaarde zoals hierboven in de tabel opgenomen.

Stap 2 (betaalbaarheid):
In deze stap worden de streefhuren en de huurverhoging ingerekend conform het beleid van Woonin. In deze stap was ook de meerwaardeafdracht, gerelateerd aan de erfpacht aan de gemeente Utrecht, opgenomen. Deze vervalt echter omdat de verkopen zijn vervallen.

Stap 3 (kwaliteit):
Inrekening van het toekomstige onderhoudslasten, zoals opgenomen in de meerjarenbegroting. Het instandhoudingsdeel van de renovatiekosten (niet het deel dat gericht is op verbetering) is ook ingerekend.

Stap 4 (beheerslasten):
Inrekening van de toekomstige beheerslasten. Hieronder worden verstaan de directe en indirecte kosten, die aan verhuur- en beheeractiviteiten van Woonin worden opgenomen, inclusief de exploitatielasten. 

Stap 5 (disconteringsvoet):
Vanaf 2024 wordt in de beleidswaarde gerekend met de sociale disconteringsvoet in plaats van de marktdisconteringsvoet.

Bij de bepaling van de beleidswaarde is verder gerekend met de volgende uitgangspunten:

Uitgangspunten 2024 2023
     
Gemiddelde streefhuur per maand 762  729 
Gemiddelde lasten onderhoud per jaar 3.221  2.787*
Gemiddelde lasten beheer per jaar 1.270  1.127 
(Sociale) disconteringsvoet 4,17% DAEB N/A
  4,70% Niet-DAEB  

De beleidswaarde per 31 december 2024 is 53% van de marktwaarde (31 december 2023: 56%):

Bedragen x € 1.000 2024 2024 in % van de marktwaarde 2023   2023 in % van de marktwaarde
           
Marktwaarde per 31 december 7.445.702    6.717.584     
           
Beschikbaarheid (doorexploiteren) -452.528  -6,1% -383.368    -5,7%
Beschikbaarheid (eindwaarde) -108.761  -1,5% -8.287    -0,1%
Beschikbaarheid (60 jaar) -824.284  -11,1%   0,0%
Beschikbaarheid (overdrachtskosten) 666.442  9,0% 1.258.876    18,7%
Betaalbaarheid (huren) -1.557.315  -20,9% -1.970.623    -29,3%
Kwaliteit (onderhoud) -1.732.359  -23,3% -1.502.273  * -22,4%
Kwaliteit (EFG-Labels) -16.797  -0,2%   0,0%
Beheer (beheerkosten) -313.404  -4,2% -327.181    -4,9%
Disconteringsvoet 842.502  11,3%   0,0%
Subtotaal -3.496.505  -47,0% -2.932.855    -43,7%
           
Beleidswaarde per 31 december 3.949.197  53,0% 3.784.729    56,3%

De berekening van de beleidswaarde is in 2024 gewijzigd. De grootste verschillen ontstaan bij de beschikbaarheid, waarbij nu gerekend wordt met een levensduur van 60 jaar zonder restwaarde. Daarnaast wordt gerekend met een sociale disconteringsvoet. Dit veroorzaakt een stijging van de beleidswaarde. De stap overdrachtskosten is sterk gedaald als gevolg van de wijziging van de beschouwingsperiode. In de stappen Beschikbaarheid (eindwaarde) en Beschikbaarheid (60 jaar) is een post overdrachtskosten opgenomen.

De kosten van de uitfasering van de E-, F- en G-labels worden gecorrigeerd op de beleidswaarde door het hanteren van normbedragen. De wijzigingen zijn grotendeels gekoppeld aan de schattingswijziging die is doorgevoerd in het handboek.

Toelichting bij activa in exploitatie Sensitiviteitsanalyse

In onderstaande tabel wordt aangegeven welk effect een positieve of negatieve aanpassing van deze uitgangspunten heeft op de beleidswaarde.

Effect op beleidswaarde in € Mutatie t.o.v. uitgangspunt Effect op beleidswaarde x€ 1.000
  Geen mutatie 3.949.197 
Disconteringsvoet 0,5% hoger -439.370 
  0,5% lager 522.595 
Streefhuur per maand EUR 25 hoger 172.982 
  EUR 25 lager -225.821 
Lasten onderhoud en beheer per jaar EUR 200 hoger -276.524 
  EUR 200 lager 276.524 

6.1.2 Onroerende zaken verkocht onder voorwaarden

Het vastgoed verkocht onder voorwaarden betreft woningen die verkocht zijn met een terugkoopplicht. De woningen zijn gewaardeerd tegen marktwaarde. Hiertegenover staat een terugkoopverplichting, opgenomen onder de langlopende schulden (toelichting in paragraaf 6.8.1).

Het vastgoed verkocht onder voorwaarden is als volgt te specificeren:

Bedragen x € 1.000 2024 2023
     
Stand per 1 januari    
Verkrijgingsprijs 27.349  29.954 
Herwaardering 34.283  36.937 
Boekwaarde per 1 januari 61.632  66.891 
     
Mutaties    
Investeringen (verkocht onder voorwaarden)
Mutatie actuele waarde 10.795  -2.654 
Teruggekochte woningen -2.004  -2.605 
Totaal mutaties 8.791  -5.259 
     
Stand per 31 december    
Verkrijgingsprijs 27.895  27.349 
Herwaardering 42.528  34.283 
Boekwaarde per 31 december 70.423  61.632 

De woningen verkocht onder voorwaarden bestaan uit 96 MGE-woningen (2023: 97) en 108 Koopgarant woningen (2023: 114). In 2024 zijn 7 woningen teruggekocht waarvan 6 woningen in eigen exploitatie genomen. 

De MGE-woningen worden gewaardeerd tegen 70% van de marktwaarde. De koper deelt voor 51% in de waardestijging of -daling. De Koopgarant woningen worden gewaardeerd tegen 67% tot 90% van de marktwaarde. De koper deelt voor 50% tot 85% in de waardestijging of -daling. 

​6.1.3 Vastgoed in ontwikkeling bestemd voor eigen exploitatie

Het vastgoed in ontwikkeling betreft woningen bestemd voor verhuur in aanbouw en is als volgt te specificeren:

Bedragen x € 1.000 2024 2023
     
Stand per 1 januari    
Cumulatieve verkrijgingsprijs 185.267  130.623 
Cumulatieve waardeveranderingen -346.823  -306.011 
Balanswaarde per 1 januari -161.556  -175.388 
     
Rubricering in de jaarrekening    
Materiële vaste activa in ontwikkeling 44.544  52.391 
Voorziening onrendabele investering -206.100  -227.779 
Totaal per 1 januari -161.556  -175.388 
     
Mutaties    
Investeringen 165.393  124.273 
Overboeking naar activa in exploitatie -114.334  -68.563 
Afboekingen geannuleerde projecten -23  -1.066 
Herwaardering grondposities 9.437 
Mutatie ORT nieuwbouw -5.821  -40.812 
Totaal mutaties 45.215  23.269 
     
Stand per 31 december    
Cumulatieve verkrijgingsprijs 236.303  185.267 
Cumulatieve waardeveranderingen -352.644  -346.823 
Balanswaarde per 31 december -116.341  -161.556 
     
Rubricering in de jaarrekening    
Materiële vaste activa in ontwikkeling 88.548  44.544 
Voorziening onrendabele investering nieuwbouw -204.889  -206.100 
Totaal per 31 december -116.341  -161.556 

In 2024 zijn 591 eenheden (495 woningen en 96 parkeerplaatsen en bergingen) opgeleverd (2023: 282 woningen en 136 parkeerplaatsen en bergingen). 

De specificatie van de grondposities is als volgt:

Bedragen x € 1.000 31-12-2024 31-12-2023
     
Rijnenburg 10.000  10.000 
Schalkwijk 2.188  2.188 
Totaal 12.188  12.188 

Onder de post Vastgoed in ontwikkeling bestemd voor eigen exploitatie is voor een bedrag van € 12,2 miljoen (2023: € 12,2 miljoen) aan grondaankopen opgenomen, met het oog op ontwikkeling van vastgoedprojecten waarbij nog geen direct zicht bestaat op de feitelijke projectontwikkeling.

​6.1.4 Onroerende en roerende zaken ten dienste van de exploitatie

De post onroerende en roerende zaken ten dienste van de exploitatie bevat de kantoorpanden evenals de kantoor- en bedrijfsinventaris. Deze zijn gewaardeerd op historische kostprijs.

Het mutatieoverzicht is als volgt te specificeren:

Bedragen x € 1.000 Bedrijfsgebouwen en terreinen Andere vaste bedrijfsmiddelen Totaal
       
       
Stand per 1 januari 2024      
Verkrijgingsprijzen 16.438  7.135  23.573 
Cumulatieve waardeveranderingen en afschrijvingen -9.454  -6.573  -16.027 
Boekwaarde per 1 januari 2024 6.984  562  7.546 
       
Mutaties      
Investeringen 443  537  980 
Desinvesteringen verkrijgingsprijzen -679  -5.292  -5.971 
Desinvesteringen cumulatieve afschrijvingen 648  5.292  5.940 
Afschrijvingen -751  -295  -1.046 
Overige mutaties 104  36  140 
Totaal mutaties -235  278  43 
       
Stand per 31 december 2024      
Verkrijgingsprijzen 16.202  2.380  18.582 
Cumulatieve waardeveranderingen en afschrijvingen -9.453  -1.540  -10.993 
Boekwaarde per 31 december 2024 6.749  840  7.589 

De afschrijvingstermijnen voor de onroerende en roerende zaken ten dienste van de exploitatie zijn als volgt: bedrijfsgebouwen 15 jaar, verbouwingen 10 jaar en inventarissen 5 jaar. Op bedrijfsterreinen wordt niet afgeschreven.

​6.2 Financiële vaste activa

​6.2.1 Deelnemingen in groepsmaatschappijen

De deelnemingen betreffen groepsmaatschappijen en andere deelnemingen. De specificatie is als volgt:

  B.V. Stichts Vervoer-centrum
Belang in deelneming (per 1 januari 2024) 100%
Bedragen x € 1.000  
   
Stand per 1 januari 2024 91 
   
Mutaties  
Resultaat boekjaar
Overige mutaties -91 
Stand per 31 december 2024

De deelneming B.V. Stichts Vervoercentrum is in 2024 geliquideerd.

​6.2.2 Andere deelnemingen

  Woningnet N.V. B.V. Woonwagen exploitatie Totaal
Belang in deelneming (per 1 januari 2024) 6,7% 49,0%  
Bedragen x € 1.000      
       
Beginstand deelnemingen 302  -308  -6 
Gepresenteerd onder Overige voorzieningen     308 
Stand per 1 januari 2024     302 
       
Mutaties      
Resultaat   153  153 
Eindstand deelnemingen 302  -155  147 
Gepresenteerd onder Overige voorzieningen     155 
Stand per 31 december 2024     302 

​6.2.3 Latente belastingvordering

Bedragen x € 1.000 Balans     Winst- en verliesrekening  
           
Latente belastingvorderingen 31-12-2024 31-12-2023   2024  2023 
           
Tijdelijke verschillen uit hoofde van compensabele verliezen 15.618  25.355    9.737  -2.851 
Tijdelijk verschil leningen 2.777    2.777  186 
Totaal 15.618  28.132    12.514  -2.665 

Bij een aantal jaarrekeningposten is sprake van tijdelijke verschillen tussen de waardering van activa en passiva volgens jaarrekeninggrondslagen en fiscale grondslagen. De hieruit voortvloeiende latente belastingvorderingen en -verplichtingen worden hieronder toegelicht.

Tijdelijke verschillen uit hoofde van compensabele verliezen

Ultimo 2024 bedragen de compensabele verliezen nominaal € 64,5 miljoen. Deze compensabele verliezen zullen naar verwachting worden gecompenseerd in de jaren 2025 tot en met 2028 conform de fiscale begroting voor de komende jaren. Om deze reden is de latentie die hiermee samenhangt volledig in de waardering tot uitdrukking gebracht.

Bij de berekening van de latentie die wordt gevormd voor compensabele verliezen zijn twee elementen van belang: compensabele verliezen t/m 2024 en toekomstige fiscale resultaten na 2024. Verliezen zijn onbeperkt verrekenbaar met de restrictie dat in enig jaar de helft van de fiscale winst verrekend kan worden.

De daling in de latente belastingvordering betreft met name een in 2024 doorgevoerde aanpassing van de belastingvordering met € 7,6 miljoen (inclusief corresponderende belastinglast).

Compensabele verliezen t/m 2024
De aangiften t/m 2020 zijn definitief vastgesteld. Op basis van de ingediende aangiften 2021 en 2022, de concept aangifte 2023 en het geprognotiseerde fiscale resultaat over 2024 is de stand van de compensabele verliezen per 31 december 2024 berekend. De resultaten over deze jaren worden voldoende betrouwbaar geacht om deze mee te nemen in de berekening van de fiscaal compensabele verliezen.

Toekomstige fiscale resultaten
De toekomstige fiscale resultaten zijn geprognotiseerd in de fiscale meerjarenbegroting. Op basis van de geprognotiseerde resultaten zullen de te verrekenen verliezen in 2028 volledig verrekend zijn. In deze prognoses zijn aannames gedaan die gebaseerd zijn op door Woonin in te nemen standpunten over een aantal posten. Over de standpunten vindt overleg met de Belastingdienst plaats. De jaren tot en met 2028 zijn meegenomen in de berekening van de latentie.

De fiscale resultaten en het compensabele verlies ultimo betreffend jaar zijn als volgt:

Jaar Belastbaar bedrag Verrekend Verdamping verlies Compensabel verlies Bedragen x € 1.000
2017 9.986  9.986  18.277  -109.496  Definitieve aanslag
2018 -27.968  27.968    -137.464  Definitieve aanslag incl. aanpassingen
2019 11.186  -11.186    -126.278  Definitieve aanslag incl. aanpassingen
2020 4.378  -4.378    -121.899  Definitieve aanslag incl. aanpassingen
2021 8.540  8.540  2.542  -110.817  Ingediende aangifte
2022 13.154  6.819    -103.998  Ingediende aangifte
2023 73.604  25.157    -78.842  Prognose
2024 41.159  14.288    -64.553  Prognose
2025 45.485  15.737    -48.816  Prognose
2026 64.682  22.168    -26.647  Prognose
2027 74.360  25.411    -1.237  Prognose
2028 79.578  1.237    Prognose

De berekening van de latente belastingvordering is als volgt:

Jaar Belastbaar bedrag Verrekend Compensabel verlies VPB tarief Belasting nominaal Netto contante waarde Netto rente percentage
2025 45.485  15.737  -48.816  25,8% 4.060  3.900  2,04%
2026 64.682  22.168  -26.647  25,8% 5.719  5.383  2,04%
2027 74.360  25.411  -1.237  25,8% 6.556  6.047  2,04%
2028 79.578  1.237  25,8% 319  288  2,04%
          16.655  15.618   

Het netto rentepercentage is gebaseerd op de gewogen gemiddelde financieringsrente van de langlopende leningen van 2,8%, verminderd met het voor deze jaren naar verwachting geldende tarief voor de vennootschapsbelasting van 25,8%.

Tijdelijk verschil leningen

Voor het tijdelijke waarderingsverschil tussen de commerciële en fiscale waarde van de leningenportefeuille van nominaal € 13,7 miljoen (2023: € 13,9 miljoen) is per 31 december 2024 geen latentie gevormd, aangezien de verwachting is dat dit verschil vanwege de ATAD rente-aftrekbeperkingsregeling niet afgewikkeld kan worden. De per 31 december 2023 gevormde latentie van € 2,8 miljoen is in 2024 vrijgevallen ten laste van het resultaat.

Overige tijdelijke waarderingsverschillen

Voor de overige tijdelijke waarderingsverschillen zijn geen latenties gevormd. Hieronder wordt dit verder toegelicht. 

Waarderingsverschil vastgoed
Ten aanzien van het DAEB en Niet-DAEB vastgoed in exploitatie is sprake van een waarderingsverschil tussen de commerciële en fiscale boekwaarde van € 2,3 miljard. De marktwaarde in verhuurde staat van het vastgoed in exploitatie bedraagt ultimo 2024 € 7,5 miljard en de fiscale boekwaarde bedraagt ultimo 2024 € 5,2 miljard. Voor dit waarderingsverschil geldt dat deze niet tot waardering is gebracht omdat realisatie hiervan – door de toepassing van fiscale faciliteiten zoals o.a. de herinvesteringsreserve, het doorschuiven van de fiscale boekwaarde bij sloop, en (vervangende) nieuwbouw – dermate (oneindig) ver in de toekomst is gelegen dat de waardering van dit verschil tegen contante waarde tendeert naar nihil. Uitgangspunt is dat het strategisch voorraadbeleid zodanig is ingericht dat de omvang van de vastgoedportefeuille in stand wordt gehouden. Verkochte woningen worden vervangen door nieuwe woningen, waardoor het vormen van een herinvesteringsreserve mogelijk zal zijn. Gesloopte woningen zullen worden vervangen door nieuwbouw. Hiermee wordt aangesloten op de standpunten die Woonin voornemens is om in te nemen in de fiscale aangiften.

Afschrijvingspotentieel
Het afschrijvingspotentieel is bepaald aan de hand van de fiscale activastaat. Op complexniveau is bepaald in hoeverre het afschrijvingspotentieel wordt beperkt door het verschil tussen de commerciële en fiscale boekwaarde. Dit is contant gemaakt aan de hand van de afschrijvingstermijn. Dit heeft erin geresulteerd dat de eventueel te vormen latentie van zeer gering belang is en om die reden niet is verantwoord in de jaarrekening.

Niet aftrekbare rente
Op basis van de geprognotiseerde fiscale resultaten wordt verwacht dat de t/m 2024 niet afgetrokken rente in de toekomst niet kan worden verrekend. Voor dit verschil is daarom geen latentie gevormd.

Overige verschillen
De overige verschillen (waardering voorziening jubilea en grondposities) zijn ofwel van zeer gering belang ofwel te onzeker. Voor deze verschillen is daarom geen latentie gevormd.

​6.2.4 Leningen u/g

Bedragen x € 1.000 2024 2023
     
Stand per 1 januari 151  170 
Aflossingen -38  -19 
Stand per 31 december 113  151 
     
Af: voorziening -2  -2 
Balans per 31 december 111  149 

Dit betreft 7 hypothecaire leningen (2023: 10) uit hoofde van de Starters Renteregeling, verstrekt via Social Finance N.V. tussen 2010 en 2014 met een looptijd van 30 jaar ter financiering van woningen. De rente varieert tussen 3,8% en 5,55%. De leningen worden bij verkoop van een woning tussentijds afgelost.

​6.2.5 Overige effecten

Onder de overige effecten zijn de afgeleide financiële instrumenten (derivaten) opgenomen. De derivaten dienen voor het afdekken van het renterisico van op balansdatum lopende leningen. Per ultimo 2024 heeft Woonin 3 lopende derivaten met een totale nominale waarde van € 49 miljoen. De totale leningenportefeuille per ultimo 2024 bedraagt € 1.314 miljoen. De derivatenportefeuille bestaat ultimo 2024 volledig uit swaps. De marktwaarde van de derivaten per balansdatum is € 0,15 miljoen negatief (2023: € 0,3 miljoen negatief). De derivaten zijn afgesloten bij ABN AMRO Bank N.V. en Coöperatieve Rabobank Utrecht en omstreken U.A.

De onderstaande tabel geeft een overzicht van de marktwaarde en boekwaarde van de gebruikte instrumenten per 31 december 2024, inclusief de belangrijkste kenmerken:

Bedragen x € 1.000   31-12-2024       31-12-2023          
    actuele waarde boekwaarde nominaal   actuele waarde boekwaarde nominaal   startdatum einddatum rente fix
20036 renteswap -106  10.000  C -93  10.000  C 14-3-2011 12-3-2026 3,2650%
20047 renteswap         16  8.000  B 1-2-2012 1-2-2024 3,6275%
20048 renteswap -49  12.000  C -75  12.000  C 1-5-2012 1-5-2025 3,7350%
20049 renteswap 27.000    27.000    11-6-2012 11-6-2025 3,3500%
20051 renteswap         -65  10.000    31-5-2013 31-5-2024 2,7700%
20052 renteswap         -134  10.000    30-8-2013 30-8-2024 2,8175%
20053 renteswap         73  10.000  A, C 29-11-2013 29-11-2024 2,8750%
20054 cap         -47  51  5.000    31-5-2013 31-5-2024 3,0000%
20056 cap         66  148  10.000  A 29-11-2013 29-11-2024 3,0000%
  Totaal -153  49.000    -257  199  172.000         
  Balanswaardering         199           

De marktwaarde van de derivaten is ontleend aan de markwaarde-overzichten van de financiële instellingen.

De meest rechtse kolom geeft voor de renteswaps de te betalen rente weer en voor de caps de maximale rente, waarboven rente aan Woonin vergoed wordt. Op de renteswaps ontvangt Woonin de 3- of 6-maands Euribor. In 2024 zijn 6 derivaten verlopen, de 3 resterende derivaten lopen af in 2025 en 2026. De tabel laat zien dat de break clausule op twee resterende derivaten is doorgehaald.

In de derivatencontracten zijn geen toezicht belemmerende bepalingen opgenomen.

​6.3 Voorraden

De specificatie is als volgt:

Bedragen x € 1.000 31-12-2024 31-12-2023
     
Vastgoed bestemd voor verkoop 5.849  7.097 
Vastgoed in ontwikkeling bestemd voor verkoop 685  685 
Totaal 6.534  7.782 

De post Vastgoed bestemd voor verkoop bestaat uit leegstaande woningen en overige verhuureenheden waarvan de intentie is om deze te verkopen. Het aantal verhuureenheden bestemd voor de verkoop bedraagt 41 (2023: 44).

Naar verwachting zullen 98 verhuureenheden binnen 1 jaar verkocht worden. De verwachte opbrengstwaarde bedraagt € 31,0 miljoen en de boekwaarde bedraagt € 19,6 miljoen.

De post Vastgoed in ontwikkeling bestemd voor verkoop heeft betrekking op een locatie in Cothen met een woning en een bedrijfsruimte.

​6.4 Vorderingen

​6.4.1 Huurdebiteuren

De specificatie is als volgt:

Bedragen x € 1.000 31-12-2024 31-12-2023
     
Huurdebiteuren 2.205  2.200 
Af: voorziening wegens oninbaarheid -959  -961 
Totaal 1.246  1.239 

​6.4.2 Overige vorderingen

De specificatie is als volgt:

Bedragen x € 1.000 31-12-2024 31-12-2023
     
Overige debiteuren 2.412  288 
Overige vorderingen 495  464 
Totaal 2.907  752 

​6.4.3 Overlopende activa

De specificatie is als volgt:

Bedragen x € 1.000 31-12-2024 31-12-2023
     
Vooruitbetaalde kosten 2.057  485 
Disagio op leningen o/g 333  347 
Nog te ontvangen 1.540  156 
Totaal 3.930  988 

Het disagio op leningen o/g heeft een looptijd van langer dan een jaar.
Het disagio betreft de vergoeding die bij aanvang van 6 leningen in 2006 aan het WSW betaald is. Dit disagio wordt over de looptijd van de betreffende leningen afgeschreven.

​6.5 Liquide middelen

De liquide middelen staan ter vrije beschikking. 

​6.6 Eigen vermogen

Onderstaand is het mutatieoverzicht van het eigen vermogen weergegeven:

Bedragen x € 1.000 2024 2023
     
Stand per 1 januari 5.235.075  5.727.981 
Resultaat na belastingen van het boekjaar 617.444  -492.906 
Stand per 31 december 5.852.519  5.235.075 

​6.6.1 Herwaarderingsreserve

De mutaties zijn als volgt weer te geven:

Bedragen x € 1.000       2024       2023
                 
  IE/Verkoop Grond VOV Totaal IE/Verkoop Grond VOV Totaal
Stand 1 januari 3.717.658  8.768  24.312  3.750.738  4.189.751  18.025  4.207.776 
Mutatie boekjaar 544.489  8.461  552.950  -472.093  8.768  6.287  -457.038 
Stand per 31 december 4.262.147  8.768  32.773  4.303.688  3.717.658  8.768  24.312  3.750.738 

De herwaarderingsreserve maakt onderdeel uit van het eigen vermogen. De ongerealiseerde herwaardering bestaat uit het verschil tussen de waardering in de jaarrekening en de verkrijgingsprijs.

De realisatie van deze ongerealiseerde herwaardering is sterk afhankelijk van het te voeren beleid van Woonin. De mogelijkheden voor Woonin om vrijelijk door complexgewijze verkoop of huurstijgingen de marktwaarde in verhuurde staat van het vastgoed in exploitatie te realiseren worden beperkt door wettelijke maatregelen en maatschappelijke ontwikkelingen zoals demografie en ontwikkeling van de behoefte aan (DAEB) huurwoningen. Voor een nadere beleidsmatige beschouwing over het verschil tussen de marktwaarde en de beleidswaarde van het vastgoed wordt verwezen naar paragraaf 6.1.1.

Voor verkoop onder voorwaarden is de herwaardering tot stand gekomen door middel van de terugkoop verplichtingen minus het ontvangen aandeel van de laatste verkoopprijs.

In 2023 heeft een herwaardering van de grondposities plaatsgevonden op basis van taxatierapporten.

​6.6.2 Overige reserves

De mutaties zijn als volgt weer te geven:

Bedragen x € 1.000   2024     2023
           
           
Stand per 1 januari   1.977.243      1.861.338 
Mutatie statutaire reserve      
Mutatie herwaarderingsreserve -552.950      457.038   
    -552.950      457.038 
Resultaat voorgaand boekjaar   -492.906      -341.133 
Stand per 31 december   931.387      1.977.243 

In de statuten zijn geen bepalingen opgenomen inzake de winstbestemming. Het resultaat wordt aan de overige reserves toegevoegd. De resultaatbestemming 2024 is nog niet in de balans verwerkt.

​6.7 Voorzieningen

De mutaties in de voorzieningen zijn als volgt weer te geven:

Bedragen x € 1.000 Onrendabele investering nieuwbouw Onrendabele investering renovatie Deelnemingen Jubileumvoorziening Overige Totaal
             
Stand per 1 januari 2024 206.100  131.213  308  958  1.356  339.935 
             
Mutaties            
Toevoegingen 65.162  65.684    199  -190  130.855 
Onttrekkingen -66.373  -70.842  -153      -137.368 
Mutaties -1.211  -5.158  -153  199  -190  -6.513 
             
Stand per 31 december 2024 204.889  126.055  155  1.157  1.166  333.422 

De posten Deelnemingen, Jubileumvoorziening en Overige zijn in de balans opgenomen onder de Overige voorzieningen. De post Overige betreft voornamelijk een voorziening voor loopbaanontwikkeling.

​6.8 Langlopende schulden

Bedragen x € 1.000 Schulden aan banken
   
Langlopend 1.188.778 
Kortlopend -56.612 
Stand per 1 januari 2024 1.132.166 
   
Mutaties  
Nieuwe leningen 225.000 
Aflossingen -74.614 
Saldo 150.386 
   
Stand per 31 december 2024 1.339.164 
Presentatie onder kortlopende schulden -60.930 
Langlopend per 31 december 2024 1.278.234 

De stand per 31 december 2024 van € 1.339 miljoen bestaat uit € 1.314 miljoen leningenportefeuille en € 25 miljoen agio op leningen uit hoofde van een uitruil met Vestia in 2021 en twee extendible leningen.

Het vastgestelde borgingsplafond voor WSW-geborgde leningen voor 2024 bedraagt afgerond € 1.340 miljoen. Per ultimo 2024 is een bedrag van € 1.314 miljoen (2023: € 1.162 miljoen) aan WSW-geborgde leningen opgenomen. De leningenportefeuille bestaat per ultimo 2024 volledig uit WSW-geborgde leningen.

In 2024 is € 56 miljoen contractueel afgelost en € 18 miljoen extra afgelost. Daarnaast is er voor € 225 miljoen extra leningen aangetrokken en een agio van € 662 duizend voor de Vestia ruillening vrijgevallen. Per saldo is de restantschuld met € 150 miljoen toegenomen.

In het belang van de volkshuisvesting is sectorbreed naar een structurele oplossing gezocht voor woningcorporatie Vestia. In 2021 hebben 251 corporaties bijgedragen aan een oplossing voor de hoge rentelasten van Vestia. Corporaties hebben met Vestia nieuw afgesloten leningen met lage rentes uitgeruild met leningen van Vestia die een hogere rente kennen, waardoor per saldo een herverdeling van de rentelasten tussen de corporatie en Vestia heeft plaats gevonden. Mitros en Viveste hebben hieraan deelgenomen, wat resulteerde in leningen met een nominale hoofdsom van respectievelijk € 9,2 miljoen en € 2,1 miljoen en een volkshuisvestelijke bijdrage in de vorm van agio van respectievelijk € 14,3 miljoen en € 3,3 miljoen in 2021. Dit is ontstaan door het verschil tussen de nominale waarde en de marktwaarde van de lening. De volkshuisvestelijke bijdrage is ten laste van het resultaat gebracht en verantwoord onder de overige organisatiekosten. De nominale hoofdsom wordt afgelost na 40 jaar. De rente bedraagt 4,86% gedurende de hele looptijd. Jaarlijks wordt rente betaald en valt een deel van het agio vrij, bestaande uit het verschil tussen de in het betreffende jaar betaalde rente en de berekende effectieve rente.

Tot de leningenportefeuille behoren twee extendible leningen van € 10 miljoen en € 15 miljoen waarin embedded derivaten waren opgenomen. De extendible leningen betreffen ineens aflosbare leningen met een looptijd van 30 jaar en respectievelijk 25 jaar. De gehele looptijd is ingedeeld in tijdvakken. De voorwaarden verschillen per tijdvak. Beide leningen zijn ingedeeld in drie tijdvakken. In het huidige tijdvak nr. 3 geldt dat de geldnemer op basis van de door de geldgever uitgeoefende optie over de lening een vaste rente verschuldigd is. De gehanteerde marktrente was lager dan de rente die de geldgever voor de leningen heeft vastgesteld. Voor het verschil is € 9,7 miljoen agio verantwoord. Jaarlijks wordt rente betaald en valt een deel van het agio vrij, bestaande uit het verschil tussen de in betreffend jaar betaalde rente en de berekende effectieve rente.

De gewogen gemiddelde financieringsrente van de leningenportefeuille (inclusief derivaten) over 2024 bedraagt 2,8% (2023: 2,6%). De stijging in 2024 wordt verklaard door het aflossen van leningen met een relatief lage rente en het aantrekken van leningen met een hogere rente, waardoor de gewogen gemiddelde financieringsrente stijgt.  

De gewogen gemiddelde looptijd, duration, van de leningenportefeuille is 15,8 jaar (2023: 14,0). De in 2024 afgesloten leningen hebben gemiddeld een aanzienlijk langere looptijd, waardoor de duration van de leningenportefeuille is gestegen in 2024.

De marktwaarde van de leningenportefeuille exclusief derivaten bedraagt € 1.274 miljoen. Deze marktwaarde is gebaseerd op de EURIBOR en EUR swap rentes per ultimo 2024 plus 91,7 basispunt kredietopslag. De marktwaarde bedroeg ultimo 2023 € 1.225 miljoen. Dit was op basis van het destijds lagere schuldrestant, de lagere renteniveaus en een lagere kredietopslag (2023: 69,4 bp).

Het renterisico voortkomend uit eindaflossingen en reguliere aflossingen van de leningenportefeuille exclusief agio is in onderstaande tabel weergegeven. 

Bedragen x € 1.000 < 1 jaar 2e t/m 5e jaar 6e t/m 10e jaar 11e t/m 15e jaar > 15 jaar Totaal
             
Eindaflossing 57.250  139.400  165.751  115.101  807.497  1.284.999 
Periodieke aflossing 3.007  11.928  9.518  3.266  912  28.631 
Totaal 60.257  151.328  175.269  118.367  808.409  1.313.630 

Het renterisico per jaar blijft onder de signalering van 20% (o.b.v. leningenportefeuille primo 2024 € 233 miljoen) die het WSW hanteert voor een hogere risicoscore.

​6.8.1 Verplichtingen uit hoofde van onroerende zaken verkocht onder voorwaarden

De terugkoopverplichting betreft 96 MGE-woningen en 108 Koopgarant woningen, zoals toegelicht in paragraaf 6.1.2. De specificatie van de hiertegenover staande terugkoopverplichting is als volgt:

Bedragen x € 1.000 2024 2023
     
Stand per 1 januari 54.313  58.395 
Aflossingen uit hoofde van terugkoop -1.831  -2.367 
Overige waardeveranderingen 8.187  -1.715 
Stand per 31 december 60.669  54.313 

​6.8.2 Overige schulden

Deze post betreft met name waarborgsommen die in het kader van huurovereenkomsten zijn ontvangen. Bij beëindiging van de huurovereenkomst worden deze waarborgsommen terugbetaald. Er wordt geen rente vergoed.

Bedragen x € 1.000 2024 2023
     
Stand per 1 januari 2024 1.037  943 
Toevoegingen 726  715 
Onttrekkingen -661  -621 
Stand per 31 december 2024 1.102  1.037 

​6.9 Kortlopende schulden

Alle kortlopende schulden hebben een resterende looptijd van korter dan een jaar. De reële waarde van de kortlopende schulden benadert de boekwaarde vanwege het kortlopende karakter van de schulden.

Voor het in deze post opgenomen kortlopende deel van langlopende schulden verwijzen wij naar de toelichting op de langlopende schulden.

​6.9.1 Schulden aan groepsmaatschappijen

Dit betreft een rekening-courant schuld aan B.V. Stichts Vervoercentrum. Deze schuld is in 2024 afgelost na liquidatie van B.V. Stichts Vervoercentrum. Het rentepercentage is 0% (2023: 0%). 

De mutaties zijn als volgt weer te geven:

Bedragen x € 1.000 2024 2023
     
Stand per 1 januari 91  6.419 
Aflossingen -91  -6.328 
Stand per 31 december 91 

​6.9.2 Belastingen, premies sociale verzekeringen en pensioenen

De specificatie is als volgt:

Bedragen x € 1.000 31-12-2024 31-12-2023
     
Omzetbelasting 12.271  9.347 
Loonbelasting en premies sociale verzekeringen 1.263  939 
Vennootschapsbelasting 5.552  10.937 
Pensioenen 401 
Totaal 19.086  21.624 

De post Vennootschapsbelasting wordt toegelicht in paragraaf 7.10.

​6.9.3 Overige schulden

De specificatie is als volgt:

Bedragen x € 1.000 31-12-2024 31-12-2023
     
Reservering vakantiedagen 1.124  1.159 
Overige 2.006  376 
Totaal 3.130  1.535 

​6.9.4 Overlopende passiva

De specificatie is als volgt:

Bedragen x € 1.000 31-12-2024 31-12-2023
     
Rente geldleningen 14.205  11.950 
Vooruit ontvangen huur 5.083  5.002 
Af te rekenen stookkosten 1.902  5.296 
Overige 2.586  2.922 
Totaal 23.776  25.170 

​6.10 Niet in de balans opgenomen rechten en verplichtingen

​6.10.1 Niet in de balans opgenomen rechten

Ontvangen bankgaranties

Per 31 december 2024 is er ten behoeve van Woonin € 6,6 miljoen (2023: € 6,0 miljoen) aan bankgaranties verstrekt in het kader van huurbetalingen en het nakomen van bouwverplichtingen.

Kredietfaciliteit

De huisbankier heeft een kredietfaciliteit van € 25 miljoen verstrekt voor rekening courant krediet, bankgaranties en kasgeldleningen. De looptijd wordt jaarlijks stilzwijgend voor een jaar verlengd. Afgezien van verpanding van creditgelden zijn geen zekerheden gesteld. Ultimo 2024 is via de huisbankier € 0,9 miljoen aan bankgaranties verstrekt. Deze bankgaranties komen ten laste van de ruimte van de kredietfaciliteit.

Investeringsfonds Meerwaarde afdracht

In Utrecht hebben de corporaties in de prestatieafspraken met de gemeente afspraken gemaakt over een investeringsfonds meerwaardeafdracht. Corporaties dragen sinds 1 januari 2016 bij verkoop/verdichting van hun vastgoed op erfpachtgrond en bij integrale herontwikkeling 100% van de meerwaarde van de grond af aan de gemeente, conform de bestaande erfpachtcontracten. Tweederde deel van deze afgedragen meerwaarde komt terecht in dit investeringsfonds meerwaardeafdracht. Voor dit tweederde deel doen de corporaties een voordracht waarna de gemeente een toekenning doet op projectniveau. Tot en met 2024 is er voor € 18,9 miljoen aan bijdragen toegekend, waarvan inmiddels voor € 14,2 miljoen aan de Gemeente Utrecht verantwoord is. Hiervan is per 31-12-2024 in totaal € 11,9 miljoen ontvangen. De aanvragen/toekenningen worden in de jaarrekening verwerkt door ze in mindering te brengen op de onrendabele toppen van de desbetreffende projecten voor zover die bekend zijn op het moment dat het investeringsbesluit voor een project genomen wordt. 

​6.10.2 Niet in de balans opgenomen verplichtingen

Huur- en erfpachtverplich­tingen

Woonin heeft jaarlijkse huurverplich­tingen voor kantoorruimtes in Nieuwegein, Bunnik en Utrecht Overvecht, alsmede enkele opslaglocaties met looptijden tot 2025, 2028, 2029 en 2034 met een jaarlijkse verplichting van ca. € 125.000, € 150.000, € 50.000 en € 50.000 per jaar.
Voor het kantoorpand Koningin Wilhelminalaan geldt een jaarlijkse erfpacht van ca. € 4 duizend. De overige erfpacht verplichtingen zijn eeuwigdurend afgekocht.

WSW Obligo

WSW-deelnemers hebben naar het WSW een zogeheten obligoverplichting. In het kader van het strategisch programma van het WSW is de obligoverplichting in 2021 omgezet in een jaarlijks obligo en een gecommitteerd obligo. De inning van jaarlijks obligo is voor de komende jaren ingerekend in de meerjarenbegroting conform de voorschriften van het WSW en bedraagt ongeveer € 2-3 miljoen per jaar. In 2024 is € 0,3 miljoen afgedragen. In 2021 is een obligo-lening afgesloten ter dekking van de gecommitteerde obligoverplichting. In 2024 is een amenderingsovereenkomst afgesloten waarbij de nieuwe hoofdsom van de obligolening is vastgesteld op € 30,2 miljoen.

Leaseverplichtingen

Het bedrag van met derden aangegane leasecontracten van leaseauto’s en kantoorinventaris bedraagt in totaal € 2,0 miljoen. De leasecontracten hebben verschillende looptijden tot uiterlijk 2030. Het kortlopend deel (< 1 jaar) bedraagt € 0,6 miljoen. Het deel met een looptijd langer dan 1 jaar en korter dan 5 jaar bedraagt € 1,4 miljoen.

Outsourcing ICT

Voor outsourcing ICT is een overeenkomst aangegaan met een looptijd t/m 2026 voor € 1,8 miljoen per jaar.

Investeringsverplichtingen

Er zijn niet in de balans opgenomen verplichtingen voor nieuwbouw, aankoop en renovatie van woningen tot een bedrag van € 222 miljoen (2023: € 101 miljoen).

Onderhoudsverplichtingen

Er zijn niet in de balans opgenomen verplichtingen voor onderhoud van woningen tot een bedrag van € 7 miljoen (2023: € 9 miljoen).

Grond

Er is sprake van voorwaardelijke verplichtingen bij bestemmingswijzigingen van gronden. Deze verplichtingen zijn verwerkt in de taxatie van de gronden.

Bankgaranties

Ultimo 2024 heeft Woonin bankgaranties afgegeven tot een totaalbedrag van € 0,9 miljoen (2023: € 0,8 miljoen). De bankgaranties zijn voor het totaal van € 0,9 miljoen gedekt door de kredietruimte bij de huisbank.

Zekerheden/onderpand

Als onderpand voor de WSW-geborgde leningen is in 2024 € 10,6 miljard aan WOZ-waarde als onderpand ingezet (peildatum WOZ waarde 1-1-2023). Woonin heeft het WSW gevolmachtigd om, in voorkomende gevallen, een hypotheek te vestigen op het bezit. De volmacht heeft alleen betrekking op het DAEB bezit.

Loondoorbetaling bij ziekte

Woonin heeft een loondoorbetalingsplicht bij ziekte die niet verzekerd is. Deze verplichting is per balansdatum niet materieel en daarom niet op de balans opgenomen.

​6.11 Verbonden partijen

Met de deelnemingen waar Woonin een meerderheidsbelang heeft, heeft Woonin naast haar aandelenbelang ook een zakelijke relatie, waarbij producten (veelal onroerende zaken bestemd voor de verhuur) en/of diensten van de betreffende deelnemingen worden afgenomen. Deze transacties zijn steeds gebaseerd op gebruikelijke contractuele afspraken waarbij marktconforme condities zijn overeengekomen. Daarnaast worden statutaire directieleden en RvC-leden gezien als verbonden partijen. Er vinden geen transacties met verbonden partijen plaats op grond van niet-zakelijke afspraken.