
10.1 Vastgoedbeleggingen
Vastgoed in exploitatie bevat onroerende zaken die worden aangehouden om huuropbrengsten, waardestijgingen of beide te realiseren. Vastgoedbeleggingen worden geclassificeerd als vastgoedbeleggingen in exploitatie indien ze beschikbaar zijn voor verhuur.
Vanaf 2016 geldt dat de marktwaarde moet worden bepaald volgens het Handboek modelmatig waarderen marktwaarde (hierna: Handboek) zoals dat is opgenomen in de Regeling Toegelaten Instellingen Volkshuisvesting 2015 (verslagjaar 2025 versie oktober 2025 (31-10-2025), gepubliceerd door de Autoriteit Woningcorporaties).
10.1.1 Eerste en verdere verwerking
De eerste waardering van vastgoedbeleggingen is tegen de verkrijgingsprijs. De verkrijgingsprijs omvat de koopsom en alle direct toe te rekenen uitgaven zoals juridische advieskosten, overdrachtsbelasting en andere transactiekosten. Als sprake is van een uitgestelde betaling van de koopsom wordt de verkrijgingsprijs gesteld op de contante waarde daarvan. De verkrijgingsprijs van zelf vervaardigde vastgoedbeleggingen is het bedrag van de kosten tot en met het moment dat de vervaardiging of ontwikkeling gereed is.
Uitgaven na eerste verwerking van vastgoed in exploitatie worden verwerkt in overeenstemming met artikel 14a van de Regeling toegelaten instellingen volkshuisvesting 2015. De regeling maakt onderscheid tussen onderhoud en verbetering. Onderhoudsuitgaven worden in het resultaat verwerkt, uitgaven die kwalificeren als verbetering worden als onderdeel van de kostprijs van het vastgoed verwerkt.
Vastgoedbeleggingen worden na eerste waardering gewaardeerd tegen reële waarde. Winsten of verliezen die ontstaan door wijziging in de reële waarde van de vastgoedbelegging worden verantwoord in de winst-en-verliesrekening van de periode waarin de wijziging zich voordoet. Daarnaast wordt ten laste van de overige reserves een herwaarderingsreserve gevormd. De herwaarderingsreserve is gelijk aan het verschil tussen de boekwaarde van de verkrijgings- of de vervaardigingsprijs en de reële waarde. De daarbij gebruikte verkrijgings- of vervaardigingsprijs is de initiële verkrijgings- of vervaardigingsprijs.
De reële waarde wordt bepaald als meest waarschijnlijke prijs die redelijkerwijs op de markt te verkrijgen is op balansdatum en is tot stand gekomen aan de hand van courante prijzen op een actieve markt. Bij afwezigheid van courante prijzen op een actieve markt wordt de prijs bepaald aan de hand van verschillende informatiebronnen.
Indien in uitzonderlijke situaties de reële waarde waarbij de aanschaf niet op betrouwbare wijze is vast te stellen (vergelijkbare markttransacties komen niet frequent voor en alternatieve wijzen van vaststelling van de reële waarde zijn niet beschikbaar), wordt de vastgoedbelegging gewaardeerd volgens het kostprijsmodel (kostprijs verminderd met cumulatieve afschrijvingen en cumulatieve bijzondere waardeverminderingsverliezen) zoals toegelicht onder het hoofd materiële vaste activa.
Indien de reële waarde van een vastgoedbelegging in ontwikkeling niet betrouwbaar is te bepalen wordt deze gewaardeerd tegen kostprijs tot het moment dat de reële waarde wel betrouwbaar is te bepalen, waarbij de restwaarde op nihil wordt gesteld.
Wanneer per balansdatum sprake is van feitelijke dan wel juridische investeringsverplichtingen inzake DAEB- en niet-DAEB vastgoed in exploitatie, waarbij de geschatte kostprijs van de na-investering hoger is dan de aan de investeringsverplichting toe te rekenen marktwaarde, wordt het verschil eerst in mindering gebracht op de reeds voor het betreffende investeringsproject bestede kosten en wordt voor het resterende deel een voorziening gevormd voor onrendabele investeringen aan de creditzijde van de balans. De afwaardering wordt in het resultaat verantwoord onder de post 'overige waardeveranderingen'.
“Afstoten / niet meer opnemen’’
Een vastgoedbelegging wordt niet langer geactiveerd in geval van afstoting of permanente buitengebruikstelling, en bij buitengebruikstelling indien geen toekomstige voordelen meer worden verwacht.
Winsten of verliezen bij afstoting of buitengebruikstelling van een vastgoedbelegging worden bepaald als het verschil tussen de netto opbrengst en de boekwaarde van het actief en worden verwerkt in de winst-en-verliesrekening. De te ontvangen vergoedingen bij afstoting van een vastgoedbelegging worden verwerkt tegen de reële waarde.
Het verschil tussen het nominale bedrag van de vergoeding en de reële waarde wordt verwerkt als rentebaten op een tijdsevenredige basis, waarbij rekening wordt gehouden met het effectieve rendement op vergelijkbare vorderingen.
Eventuele verplichtingen die de onderneming behoudt na vervreemding van een vastgoedbelegging worden verwerkt zoals toegelicht onder paragraaf 10.8 voorzieningen.
Herclassificatie
Herclassificatie van vastgoed in exploitatie en/of onroerende zaken verkocht onder voorwaarden geschiedt slechts indien sprake is van een wijziging van het gebruik of het beleid, gestaafd door:
- Daadwerkelijke aanvang van activiteiten ten behoeve van verkoop van vastgoed die niet meer in exploitatie zijn.
- Verkoop onder voorwaarden van vastgoed in exploitatie waarbij de transactie kwalificeert als financieringstransactie.
- Terugkoop van onder voorwaarden verkochte onroerende zaken die als financieringstransactie zijn aangemerkt ten behoeve van de eigen exploitatie of verkoop.
10.1.2 Juridisch kader
In de Woningwet die op 1 juli 2015 is ingegaan, artikel 35 lid 2, is opgenomen dat toegelaten instellingen in het kader van de jaarrekening, het vastgoed in exploitatie dienen te waarderen op actuele waarde, waaronder in dit verband dient te worden verstaan de marktwaarde, overeenkomstig het marktwaardebegrip onderhandse verkoopwaarde in verhuurde staat. Door het handboek marktwaarde waardering is hier een nadere invulling aan gegeven.
Het Besluit Toegelaten Instellingen Volkshuisvesting (BTIV) 2015 heeft in artikel 31 nadere uitwerking gegeven aan het genoemde wetsartikel. In het artikel is aangegeven dat de marktwaarde op basis van de contante waarde van inkomende en uitgaande kasstromen berekend dient te worden (de DCF methode).
Verder dient op basis van artikel 31 van het BTIV bij de waardering onderscheid te worden gemaakt naar de volgende categorieën:
- Woongelegenheden
- Bedrijfsmatig en maatschappelijk onroerend goed
- Parkeergelegenheden
- Intramuraal zorgvastgoed
In het handboek 2025 zijn geen methodische wijzigingen.
10.1.3 DAEB vastgoed in exploitatie
DAEB vastgoed in exploitatie omvat woningen in exploitatie met een huurprijs bij aanvang van het huurcontract onder of op de huurtoeslaggrens, het maatschappelijk vastgoed en het overige sociale vastgoed. De huurtoeslaggrens is een algemeen huurprijsniveau die jaarlijks per 1 juli door de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties wordt vastgesteld. Maatschappelijk vastgoed is bedrijf onroerend goed dat is verhuurd aan maatschappelijke organisaties, waaronder zorg-, welzijn-, onderwijs- en culturele instellingen en dienstverleners en welke volgens de woningwet kwalificeert als DAEB. Dit betreft het DAEB-bezit.
Het beleid van Woonin is erop gericht de DAEB vastgoedportefeuille continu te verversen. Voor het merendeel van het DAEB vastgoed vindt optimalisatie van het financiële rendement plaats. Een deel van de portefeuille is gealloceerd voor verkoop, een deel voor het maximaliseren van de vraaghuur en een deel voor renovatie en herstructurering gericht op waarde ontwikkeling. Daarmee kwalificeert Woonin zich als vastgoedbelegger en is de marktwaarde in verhuurde staat de basis voor de waardering.
Het DAEB vastgoed in exploitatie wordt gewaardeerd tegen marktwaarde in verhuurde staat met in achtneming van de relevante feiten en omstandigheden van de markt waarop de toegelaten instellingen actief zijn en de bepalingen zoals opgenomen in de woningwet en het Handboek Marktwaardering. De aannames aangaande de geprognosticeerde kasstromen zijn gebaseerd op de contractuele verplichtingen van Woonin die rusten op het vastgoed. De overige (na de contractperiode in acht te nemen) aannames en uitgangspunten zijn gebaseerd op gegevens van de markt waarop Woonin actief is. De actuele waarde is gebaseerd op standaarden uit het handboek. De marktwaardewaarderingen zijn tot stand gekomen met inachtneming van het waarderingsprotocol, de procesrichtlijnen en uitvoeringsrichtlijnen van het Handboek. Het Handboek hanteert als waardebegrip van de marktwaarde in verhuurde staat: Het bedrag dat het complex bij complexgewijze verkoop naar schatting zal opbrengen nadat de verkoper het complex na de beste voorbereiding op de gebruikelijke wijze in de markt heeft aangeboden en waarbij de koper de onroerende zaak aanvaardt onder gestanddoening van de lopende huurovereenkomsten met alle daaraan verbonden rechten en plichten. Om de uiteindelijke marktwaarde in verhuurde staat te bepalen worden de kopers kosten (genormeerd op 11,4% overdrachtskosten) in mindering gebracht.
10.1.4 Niet-DAEB vastgoed in exploitatie
Het Niet-DAEB vastgoed in exploitatie omvat geliberaliseerde woningen in exploitatie met een huurprijs bij aanvang van het huurcontract boven de huurtoeslaggrens, het bedrijfsmatig vastgoed (niet zijnde maatschappelijk vastgoed), alle parkeergelegenheden en het overige commerciële vastgoed. Dit betreft het Niet-DAEB bezit.
Daarnaast verhuurt Woonin momenteel 1.243 gereguleerde eenheden (2024: 1.152 eenheden) in de Niet-DAEB portefeuille. Deze eenheden hebben een huurprijs bij aanvang van het huurcontract tot 1 juli 2024 onder de destijds geldende huurtoeslaggrens en sinds 1 juli 2024 een aanvangshuur onder de maximale middenhuurgrens. Bij leegstaande eenheden per 31 december wordt gekeken naar de aanvangshuur voor de nieuwe huurder. Dit is toegestaan en afgestemd met Aw zolang deze woningen niet structureel als sociale woningen verhuurd worden.
Niet-DAEB vastgoed in exploitatie wordt op dezelfde wijze gewaardeerd als DAEB vastgoed in exploitatie.
In 2025 is 1/3e deel van de BOG/MOG/ZOG portefeuille een taxatie door twee onafhankelijke/deskundige taxateurs getaxeerd en voor voor 2/3e deel heeft een markttechnische update plaatsgevonden+.
| Niet-DAEB-activiteit | Aantal VHE 2025 | Aantal VHE 2024 |
|---|---|---|
| Bedrijfs Onroerend Goed in Exploitatie | 218 | 218 |
| Geliberaliseerde huurwoningen in exploitatie | 773 | 860 |
| Sociale huurwoningen in exploitatie | 1.243 | 1.152 |
| Maatschappelijk/Zorg Vastgoed in exploitatie | 10 | 10 |
| Parkeergelegenheden | 1.401 | 1.453 |
| Antennes | 17 | 17 |
10.1.5 Waardering DAEB en Niet-DAEB vastgoed in exploitatie
Woonin waardeert het vastgoed in de jaarrekening conform het handboek modelmatig waarderen marktwaarde. Woonin hanteert hierbij de full-versie. Woonin heeft voor de waardering gebruikt gemaakt van de TaxatieManagementSoftware (TMS) van Ortec Finance, versie 2026.1.2. Deze versie is gecertificeerd door BDO.
Het uitgangspunt bij de full-waardering is dat minimaal eens per drie jaar het vastgoed getaxeerd wordt (met externe bezichtiging en nieuwe parameterinschattingen door taxateur). Woonin laat twee taxateurs elk jaar een full-waardering van 1/3e deel (steeds wisselend deel) van het vastgoed doen. Het overige 2/3e deel wordt middels een taxatie-update gewaardeerd.
De waarderingen (zowel uitponden als doorexploiteren) worden in eerste instantie op eenheidniveau uitgevoerd. Daarna wordt op complexniveau de som van alle doorexploiteerwaarden en de som van alle uitpondwaarden bepaald. De marktwaarde is de hoogste van één van beide sommen. Bij de complexindeling wordt onderscheid gemaakt tussen woningen, parkeren en bedrijfs/maatschappelijk/zorg onroerend goed. Vervolgens worden complexen geformeerd op basis van bouwjaarklassen en types.
Het inschatten van de kosten en opbrengsten wordt op basis van een marktconform uitgangspunt gedaan. De eigen in het verleden gerealiseerde kosten worden dus niet naar de toekomst geprojecteerd en er wordt binnen de DCF berekening gestreefd naar opbrengstenmaximalisatie. Eigen voorgenomen huurbeleid wordt dus ook niet ingerekend naar de toekomst. Per complex wordt uiteindelijk het scenario met de hoogste uitkomst gelijk gesteld aan het begrip "marktwaarde".
De gehanteerde disconteringsvoet is opgebouwd uit algemene risico’s voor het investeren in onroerend goed, locatie specifieke risico’s en segment specifieke risico’s.
Op vastgoedbeleggingen wordt niet afgeschreven. De navolgende parameters uit het handboek zijn gevolgd:
| Parameters woongelegenheden | ||||||||
| 2024 | 2025 | 2026 | 2027 | 2028 | 2029 | 2030 | 2031 e.v. | |
| Prijsinflatie | 3,30% | 3,20% | 2,60% | 2,20% | 2,20% | 2,20% | 2,00% | 2,00% |
| Loonstijging | 6,70% | 4,90% | 4,20% | 3,30% | 3,30% | 3,30% | 2,50% | 2,50% |
| Bouwkostenstijging | 4,90% | 4,20% | 3,30% | 3,30% | 3,30% | 2,50% | 2,50% | |
| Leegwaarde-ontwikkeling | 4,00% | 2,00% | 2,00% | 2,00% | 2,00% | 2,00% | ||
| Markthuurontwikkeling | 4,00% | 3,00% | 2,00% | 2,00% | 2,00% | 2,00% | ||
| Instandhoudingsonderhoud per vhe - EGW | obv VTW i.c.m. best practise Valuemetrics, gem. 1.172 UP; 1.903 DE | |||||||
| Instandhoudingsonderhoud per vhe - MGW | obv VTW i.c.m. best practise Valuemetrics, gem. 1.266 UP; 1.843 DE | |||||||
| Instandhoudingsonderhoud per vhe - ONZ | obv VTW i.c.m. best practise Valuemetrics, gem. 696 UP; 916 DE | |||||||
| Beheerkosten - EGW | 569 | 593 | 613 | 633 | 654 | 670 | 687 | |
| Beheerkosten - MGW | 558 | 582 | 601 | 621 | 641 | 657 | 674 | |
| Beheerkosten - studenteneenheid | 526 | 549 | 567 | 585 | 605 | 620 | 635 | |
| Beheerkosten - zorgeenheid | 515 | 536 | 554 | 572 | 591 | 606 | 621 | |
| Belastingen, verzekeringen en overige zakelijke lasten als percentage van de WOZ (exclusief gemeentelijke OZB die is gebaseerd op de gemeentelijke tarieven 2025 uitgedrukt in een percentage van de WOZ-waarde met waardepeildatum 1 januari 2024) |
0,07% | 0,07% | 0,07% | 0,07% | 0,07% | 0,07% | ||
| Huurverhoging eenheden laagsegment | 3,6% | 3,1% | 3,0% | 2,9% | 2,9% | 2,7% | ||
| Huurverhoging eenheden middensegment | 5,9% | 5,2% | 4,3% | 4,3% | 4,3% | 3,5% | ||
| Huurverhoging eenheden hoogsegment | 4,2% | 3,6% | 3,2% | 2,2% | 2,2% | 2,0% | ||
| Huurderving, als percentage van de huursom | 1,0% | 1,0% | 1,0% | 1,0% | 1,0% | 1,0% | ||
| Mutatiekans zelfstandig, 5-jaars historisch | 4% - 12%, gemiddeld 6,2% | |||||||
| Mutatiekans onzelfstandig, 5-jaars historisch | 15% - 45%, gemiddeld 22,5% | |||||||
| Verkoopkosten bij uitponden, percentage van de leegwaarde | 1,00% | 1,00% | 1,00% | 1,00% | 1,00% | 1,00% | ||
| Disconteringsvoet | 4,20% - 13,09%, gemiddeld 6,21% | |||||||
| Parameters bedrijfsmatig, maatschappelijk en zorg onroerend goed | ||||||||
| 2023 | 2024 | 2025 | 2026 | 2027 | 2028 | 2029 | 2030 e.v. | |
| Prijsinflatie | 3,30% | 3,20% | 2,60% | 2,20% | 2,20% | 2,20% | 2,00% | 2,00% |
| Loonstijging | 6,70% | 4,90% | 4,20% | 3,30% | 3,30% | 3,30% | 2,50% | 2,50% |
| Bouwkostenstijging | 4,90% | 4,20% | 3,30% | 3,30% | 3,30% | 2,50% | 2,50% | |
| Instandhoudingsonderhoud BOG per m2 BVO incl. BTW | conform handboek (7,69) | |||||||
| Instandhoudingsonderhoud MOG per m2 BVO incl. BTW | conform handboek (9,35) | |||||||
| Instandhoudingsonderhoud ZOG per m2 BVO incl. BTW | conform handboek (12,42) | |||||||
| Mutatieonderhoud per m2 BVO BOG | 12,90 | 13,44 | 13,89 | 14,34 | 14,82 | 15,19 | 15,57 | |
| Mutatieonderhoud per m2 BVO MOG | 15,62 | 16,28 | 16,81 | 17,37 | 17,94 | 18,39 | 18,85 | |
| Mutatieonderhoud per m2 BVO ZOG | 15,62 | 16,28 | 16,81 | 17,37 | 17,94 | 18,39 | 18,85 | |
| Marketingkosten bij mutatie | 14% van de marktjaarhuur | |||||||
| Beheerkosten BOG | 3,0% van de marktjaarhuur | |||||||
| Beheerkosten MOG | 2,0% van de marktjaarhuur | |||||||
| Beheerkosten ZOG | 2,5% van de marktjaarhuur | |||||||
| Belastingen, verzekeringen en overige zakelijke lasten als percentage van de WOZ (exclusief gemeentelijke OZB die is gebaseerd op de gemeentelijke tarieven 2025 uitgedrukt in een percentage van de WOZ-waarde met waardepeildatum 1 januari 2024) bij BOG en MOG |
0,13% | 0,13% | 0,13% | 0,13% | 0,13% | 0,13% | ||
| Belastingen, verzekeringen en overige zakelijke lasten als percentage van de WOZ (exclusief gemeentelijke OZB die is gebaseerd op de gemeentelijke tarieven 2025 uitgedrukt in een percentage van de WOZ-waarde met waardepeildatum 1 januari 2024) bij ZOG |
0,35% | 0,35% | 0,35% | 0,35% | 0,35% | 0,35% | ||
| Disconteringsvoet | 3,9% - 19,0%, gemiddeld 6,77% | |||||||
| Parameters parkeergelegenheid | ||||||||
| 2023 | 2024 | 2025 | 2026 | 2027 | 2028 | 2029 | 2030 e.v. | |
| Prijsinflatie | 3,30% | 3,20% | 2,60% | 2,20% | 2,20% | 2,20% | 2,00% | 2,00% |
| Loonstijging | 6,70% | 4,90% | 4,20% | 3,30% | 3,30% | 3,30% | 2,50% | 2,50% |
| Bouwkostenstijging | 4,90% | 4,20% | 3,30% | 3,30% | 3,30% | 2,50% | 2,50% | |
| Instandhoudingsonderhoud - parkeerplaats | deels obv VTW; deels conform handboek (70,99) | |||||||
| Instandhoudingsonderhoud - garagebox | deels obv VTW; deels conform handboek (238,98) | |||||||
| Beheerkosten - parkeerplaats | 35 | 37 | 38 | 39 | 41 | 42 | 43 | |
| Beheerkosten - garagebox | 49 | 51 | 52 | 54 | 56 | 57 | 59 | |
| Belastingen en verzekeringen als percentage van de WOZ met waardepeildatum 1 januari 2024 | 0,23% | 0,23% | 0,23% | 0,23% | 0,23% | 0,23% | 0,23% | |
| Mutatiekans | 5% - 18%, gemiddeld 7,2% | |||||||
| Verkoopkosten bij uitponden | 676 | 709 | 738 | 763 | 788 | 814 | 834 | |
| Disconteringsvoet | 3,0% - 9,0%, gemiddeld 6,45% | |||||||
Van het vastgoed in exploitatie wordt tevens de beleidswaarde bepaald. Deze waarde wordt niet opgenomen in de balans, maar in de toelichting in paragraaf 6.1.1 vermeld.
Voor meer details over de waardering van het vastgoed in exploitatie gekwalificeerd als vastgoedbelegging wordt verwezen naar paragraaf 6.1.1.
10.1.6 Beleidswaarde van het vastgoed in exploitatie
De beleidswaarde sluit aan op het beleid van Woonin en beoogt inzicht te geven in de verdiencapaciteit van haar vastgoed in exploitatie, uitgaande van dit beleid. Onder de beleidswaarde wordt verstaan de contante waarde van de aan een actief of samenstel van activa (kasstroom genererende eenheden) toe te rekenen toekomstige kasstromen uitgaande van het beleid van Woonin. De grondslagen voor de beleidswaarde van het vastgoed in exploitatie (zelfstandige- en onzelfstandige woongelegenheden) komen overeen met de grondslagen voor de bepaling van de marktwaarde, met uitzondering van:
- Enkel uitgaan van het doorexploiteerscenario, derhalve geen rekening houden met een uitpondscenario en geen rekening houden met voorgenomen verkopen van vastgoed in exploitatie.
- Uitgaan van een looptijd van 60 jaar, zonder eindwaarde.
- Inrekening van de intern bepaalde streefhuur in plaats van de markthuur, vanaf het ingeschatte moment van (huurders)mutatie. De streefhuur betreft de huur die volgens het beleid van de corporatie bij mutatie in rekening wordt gebracht, passend binnen de geldende wet- en regelgeving, feitelijke beklemmingen en prestatieafspraken met gemeenten. Woonin hanteert in haar beleid een gemiddelde streefhuur van € 763.
- Inrekening van toekomstige onderhoudslasten, bepaald overeenkomstig het (onderhouds)beleid van de corporatie en het als onderdeel daarvan vastgestelde meerjaren onderhoudsprogramma voor het vastgoedbezit, in plaats van onderhoudsnormen in de markt. De renovatiekosten van de eerste tien jaar zijn ook verwerkt in de onderhoudsnorm. Op basis van de energielabels worden de kosten van de uitfasering van de E, F en G labels toegerekend.
- Inrekening van toekomstige verhuur- en beheerlasten in plaats van marktconforme lasten ter zake. Hieronder worden verstaan de directe en indirecte kosten die rechtstreeks zijn te relateren aan de verhuur- en beheeractiviteiten van de corporatie en zoals deze worden opgenomen onder het hoofd ‘lasten verhuur en beheeractiviteiten’ in de resultatenrekening.
- Inrekening van de sociale disconteringsvoet in plaats van de marktdisconteringsvoet.
De beleidswaarde van BOG/MOG/ZOG/flexibele woningen is gelijk aan de marktwaarde en hierbij wordt dus verondersteld dat de marktuitgangspunten overeenkomen met de eigen beleidsuitgangspunten.
Voor de bepaling van de beleidswaarde zijn de voornaamste uitgangspunten (gemiddeld per woning teruggerekend) als volgt:
| Uitgangspunten | 2025 | 2024 |
|---|---|---|
| Gemiddelde streefhuur per maand | 799 | 762 |
| Gemiddelde lasten onderhoud per jaar | 3.484 | 3.221 |
| Gemiddelde lasten beheer per jaar | 1.170 | 1.270 |
| (Sociale) disconteringsvoet DAEB | 4,22% | 4,17% |
| (Sociale) disconteringsvoet niet-DAEB | 4,76% | 4,70% |
Voor zover afwijkend voor de bepaling van de marktwaarde in verhuurde staat gehanteerde uitgangspunten, zijn de gehanteerde uitgangspunten voor de toekomstige exploitatie – zoals toegepast voor de bepaling van de beleidswaarde van de activa in exploitatie – afgeleid van de meerjarenbegroting (ontwikkeling streefhuur, onderhoudslasten en de lasten van verhuur & beheer) en geënt op de wettelijke voorschriften opgenomen in RTIV.
Woonin heeft hierbij uitgangspunten bepaald die mede van invloed zijn op de beleidswaarde. Wijzigingen van deze uitgangspunten zijn derhalve van invloed op deze waarde.
10.1.7 Onroerende zaken verkocht onder voorwaarden
Onroerende zaken die in het kader van een regeling Verkoop Onder Voorwaarden (VOV) zijn overgedragen aan een derde en waarvoor Woonin een terugkoopplicht kent, worden aangemerkt als financieringsconstructie. De betreffende onroerende zaken worden gewaardeerd tegen actuele waarde zijnde de met de koper overeengekomen contractprijs (eerste waardering) en daarna de marktwaarde op basis van VOV. Voor de in de regeling overeengekomen overdrachtswaarde wordt aan de creditzijde van de balans een terugkoopverplichting opgenomen zoals toegelicht onder paragraaf 10.9.2. Deze terugkoopverplichting wordt jaarlijks gewaardeerd en getoetst aan de bij overdracht ontstane verplichting rekening houdend met de contractvoorwaarden.
Mutaties in de marktwaarde van het vastgoed verkocht onder voorwaarden en mutaties in de terugkoopverplichting worden beide als resultaat verantwoord in de post niet-gerealiseerde waardeveranderingen verkocht onder voorwaarden.
Indien de verwachting bestaat dat de terugkoop binnen één jaar zal plaatsvinden wordt de verplichting onder de kortlopende schulden verantwoord.
Indien de terugkoop gerealiseerd is vindt verwerking afhankelijk van de bestemming van de woning plaats:
- De woning krijgt een "verhuur-bestemming" en wordt opgenomen onder het vastgoed in exploitatie. Waardering vindt plaats op basis van de marktwaarde in verhuurde staat volgens het Handboek modelmatig waarderen marktwaarde;
- De woning wordt geclassificeerd onder voorraden bestemd voor verkoop. Waardering vindt plaats tegen de waarde waartegen terugkoop heeft plaatsgevonden.
10.1.8 Vastgoed in ontwikkeling bestemd voor eigen exploitatie
Dit betreffen complexen in aanbouw die zijn bestemd om te worden ingezet als vastgoed in exploitatie zijnde een vastgoedbelegging.
Deze complexen worden gewaardeerd tegen grond-uitgifteprijzen conform grondprijzenbrief gemeente en toegerekende kosten van het werkapparaat uit hoofde van voorbereiding, toezicht en directievoering onder aftrek van een voorziening voor onrendabele investeringen, op basis van het negatieve verschil tussen de reële waarde van de vastgoedbelegging in ontwikkeling en de stichtingskosten. Ook wordt de rente tijdens de bouw toegerekend. Deze rente is berekend op basis van een jaargemiddelde van de rente in de markt van het voorgaande jaar. Indien de voorziening voor onrendabele investeringen hoger is dan de waarde van de onroerende zaken in ontwikkeling, dan wordt de onroerende zaak op nihil gewaardeerd en wordt een voorziening aan de creditzijde van de balans opgenomen.
Ingenomen grondposities worden verwerkt tegen aanschafprijs en bijkomende kosten of tegen lagere marktwaarde.
Voor het vastgoed in ontwikkeling in de jaarrekening worden naast de juridisch afdwingbare verplichtingen tevens feitelijke verplichtingen verwerkt die kunnen worden gekwalificeerd als “intern geformaliseerd en extern gecommuniceerd”. Hiervan is sprake wanneer uitingen namens Woonin zijn gedaan richting huurders, gemeenten en overige stakeholders aangaande verplichtingen betreffende toekomstige herstructureringen en toekomstige nieuwbouwprojecten. Een feitelijke verplichting is gekoppeld aan het besluitvormingsproces van Woonin rondom projectontwikkeling en herstructurering. Van een feitelijke verplichting is sprake indien de formalisering van de definitieve ontwerpfase en afgeleid het aanvragen van de bouwvergunning heeft plaatsgevonden.
Renovatieprojecten worden in de jaarrekening opgenomen onder vastgoed in exploitatie. Waardering vindt plaats op marktwaarde voor renovatie. De reeds gemaakte kosten voor de renovatie worden op de balans geactiveerd als onderdeel van de historische kostprijs.
10.2 Materiële vaste activa
Verwachte verliezen als gevolg van onrendabele investeringen worden op het moment van besluitvorming als bijzondere waardeverandering in mindering gebracht op de boekwaarde van het complex waartoe de investeringen gaan behoren. Indien en voor zover de verwachte verliezen de boekwaarde van het complex overtreffen wordt voor dit meerdere een voorziening gevormd. Onder verwachte verliezen wordt in dit verband verstaan de netto contante waarde van alle investeringsuitgaven (verwachte stichtingskosten) minus aan deze investering toe te rekenen ontvangsten (verwachte marktwaarde verhuurde staat).
10.2.1 Onroerende en roerende zaken ten dienste van de exploitatie
De onroerende en roerende zaken ten dienste van de exploitatie worden gewaardeerd op basis van verkrijgings- of vervaardigingsprijs inclusief direct toerekenbare kosten, onder aftrek van lineaire afschrijvingen gedurende de verwachte toekomstige gebruiksduur en bijzondere waardeverminderingen.
Er wordt rekening gehouden met bijzondere waardeverminderingen.
Niet aan de bedrijfsuitoefening dienstbare activa worden gewaardeerd tegen verwachte directe opbrengstwaarde. Kosten voor periodiek onderhoud worden ten laste gebracht van het resultaat op het moment dat deze zich voordoen.
10.3 Financiële vaste activa
10.3.1 Deelnemingen
Deelnemingen in groepsmaatschappijen en overige deelnemingen waarop invloed van betekenis kan worden uitgeoefend worden gewaardeerd volgens de vermogensmutatiemethode op basis van de nettovermogenswaarde. Invloed van betekenis wordt in ieder geval verondersteld aanwezig te zijn bij een aandeelhoudersbelang van meer dan 20%. De nettovermogenswaarde wordt berekend volgens de grondslagen die gelden voor deze jaarrekening; voor deelnemingen waarvan onvoldoende gegevens beschikbaar zijn voor aanpassing aan deze grondslagen, wordt uitgegaan van de waarderingsgrondslagen van de betreffende deelneming.
Indien de waardering van een deelneming volgens de nettovermogenswaarde negatief is, wordt deze op nihil gewaardeerd. Indien en voor zover Woonin in deze situatie geheel of ten dele instaat voor de schulden van de deelneming respectievelijk het stellige voornemen heeft de deelneming tot betaling van haar schulden in staat te stellen wordt een voorziening getroffen.
De eerste waardering van gekochte deelnemingen is gebaseerd op de reële waarde van de identificeerbare activa en passiva op het moment van acquisitie. Voor de vervolgwaardering worden de grondslagen toegepast die gelden voor deze jaarrekening, uitgaande van de waarden bij de eerste waardering.
Deelnemingen waar geen invloed van betekenis kan worden uitgeoefend worden gewaardeerd tegen verkrijgingsprijs. Als resultaat wordt in aanmerking genomen het in het verslagjaar gedeclareerde dividend van de deelneming, waarbij niet in contanten uitgekeerde dividenden worden gewaardeerd tegen reële waarde. Indien sprake is van een bijzondere waardevermindering vindt waardering plaats tegen de realiseerbare waarde; afwaardering vindt plaats ten laste van de winst-en-verliesrekening.
In meerdere complexen is een Vereniging van Eigenaars (VvE) actief waarin Stichting Woonin deelneemt, in totaal 326 VvE’s. Voor alle VvE’s geldt dat de materiële omvang van te verwaarlozen betekenis is ten opzichte van het balanstotaal en de totale exploitatie van Stichting Woonin. Om deze reden is consolidatie van deze VvE’s achterwege gebleven en worden de VvE’s niet als deelnemingen verantwoord. Alle kosten van deze VvE’s die voor rekening van Stichting Woonin komen, zijn verwerkt in de winst- en verliesrekening.
In 2024 is de 100% deelneming in groepsmaatschappij B.V. Stichts Vervoercentrum te Utrecht geliquideerd. Stichting Woonin heeft per 31 december 2025 de volgende andere deelnemingen (tussen haakjes het belang):
Woningnet N.V. te Weesp (6,67%)
Deze vennootschap is een shared service center voor de woningcorporaties met als voornaamste doel het publiceren van beschikbare verhuur- en koopwoningen via Woningnet.
B.V. Woonwagenexploitatie te Utrecht (49%)
Deze vennootschap ondersteunt toegelaten instellingen, zoals bedoeld in artikel 70, lid 1 van de Woningwet, bij de uitvoering van hun volkshuisvestelijke taken, in het bijzonder op het gebied van de verhuur van woonwagens en woonwagenstandplaatsen.
Stichting Woonin is tevens bestuurder in Stichting Woonruimteverdeling Regio Utrecht en Regio Platform Woningcorporaties.
10.3.2 Belastingen
Latente belastingen
Latente belastingvorderingen worden opgenomen voor verrekenbare fiscale verliezen, nog niet gebruikte fiscale verrekeningsmogelijkheden en voor verrekenbare tijdelijke verschillen tussen de waarde van de activa en verplichtingen volgens fiscale voorschriften enerzijds en de in deze jaarrekening gevolgde waarderingsgrondslagen anderzijds, met dien verstande dat latente belastingvorderingen alleen worden opgenomen voor zover het waarschijnlijk is dat er toekomstige fiscale winst zal zijn waarmee de tijdelijke verschillen en nog niet gebruikte fiscale verrekeningsmogelijkheden kunnen worden verrekend en verliezen kunnen worden gecompenseerd.
De berekening van de latente belastingvordering geschiedt tegen de op het einde van het verslagjaar geldende belastingtarieven of tegen de in komende jaren geldende tarieven, voor zover deze per balansdatum al bij wet zijn vastgesteld of waartoe op balansdatum reeds materieel is besloten.
Latente belastingvorderingen worden gewaardeerd tegen contante waarde.
10.3.3 Leningen u/g
Leningen u/g worden bij eerste verwerking gewaardeerd tegen de reële waarde van de tegenprestatie, gewoonlijk de nominale waarde, en na eerste verwerking tegen de geamortiseerde kostprijs. Voorzieningen wegens oninbaarheid worden in mindering gebracht op de boekwaarde van de vordering.
10.3.4 Overige effecten
Woonin maakt gebruik van rentederivaten. Derivaten worden bij eerste opname in de balans opgenomen tegen reële waarde, de vervolgwaardering van de derivaten is geamortiseerde kostprijs of lagere marktwaarde. De wijze van verwerking van waardeveranderingen van het afgeleide financiële instrument is afhankelijk van of met het afgeleide financiële instrument kostprijshedge-accounting wordt toegepast. Indien geen kostprijshedge-accounting wordt toegepast, wordt door Woonin een schuld opgenomen voor een eventuele negatieve reële waarde van het derivaat. Mutaties in de negatieve waarde worden direct in de winst-en-verliesrekening verwerkt.
Woonin past waar mogelijk kostprijshedge-accounting toe. Woonin stelt middels een test periodiek de effectiviteit van de hedgerelatie vast. Bij het toepassen van kostprijshedge-accounting is de eerste waardering en de grondslag van verwerking in de balans en de resultaatbepaling van het hedge-instrument afhankelijk van de afgedekte post. Dit betekent dat Woonin derivaten tegen kostprijs waardeert omdat de afgedekte leningen ook tegen kostprijs in de balans worden verwerkt.
Het ineffectieve deel van de hedgerelatie wordt direct in de winst-en-verliesrekening verwerkt indien het hedge-instrument een negatieve reële waarde heeft.
10.4 Voorraden
10.4.1 Vastgoed bestemd voor verkoop
Vastgoed bestemd voor verkoop betreft leegstaande voormalige huurwoningen met bestemming verkoop. Bij herclassificatie wordt het vastgoed gewaardeerd tegen de marktwaarde in verhuurde staat waartegen het vastgoed was gewaardeerd voordat het werd geherclassificeerd. Deze marktwaarde wordt als verkrijgingsprijs aangemerkt. Afwaardering vindt plaats indien de verwachte netto-opbrengstwaarde lager is dan de verkrijgingsprijs. Voor de positieve verschillen tussen de balanswaardering en de historische kostprijs wordt een herwaarderingsreserve gevormd.
10.4.2 Vastgoed in ontwikkeling bestemd voor verkoop
Vastgoed in ontwikkeling bestemd voor verkoop betreft lopende investeringen in onroerende zaken met bestemming verkoop. Dit vastgoed wordt gewaardeerd tegen vervaardigingsprijs of lagere netto-opbrengstwaarde. De vervaardigingsprijs omvat de kosten die rechtstreeks aan de vervaardiging kunnen worden toegerekend. De netto-opbrengstwaarde is gebaseerd op de verwachte verkoopprijs, onder aftrek van nog te maken kosten voor voltooiing en verkoop.
10.5 Vorderingen
Vorderingen worden bij eerste verwerking gewaardeerd tegen reële waarde van de tegenprestatie en vervolgens gewaardeerd tegen de geamortiseerde kostprijs, onder aftrek van de noodzakelijk geachte voorzieningen voor het risico van oninbaarheid. Deze voorzieningen worden bepaald op basis van individuele beoordeling van de vorderingen. De vorderingen hebben een looptijd van maximaal een jaar, tenzij anders vermeld.
10.5.1 Huurdebiteuren
Een voorziening voor oninbaarheid wordt in mindering gebracht op de boekwaarde van de vordering.
10.6 Liquide middelen
Liquide middelen bestaan uit banktegoeden met een looptijd korter dan twaalf maanden. Rekening-courantschulden bij banken zijn opgenomen onder schulden aan kredietinstellingen onder kortlopende schulden. Liquide middelen worden gewaardeerd tegen de nominale waarde.
10.7 Herwaarderingsreserve
De herwaarderingsreserve wordt bepaald door het verschil tussen de marktwaarde van het vastgoed in exploitatie zoals opgenomen in de balans en de historische kostprijs (vervaardigingsprijs) van het vastgoed. Er is geen rekening gehouden met in het verleden gedane afschrijvingen. In de vervaardigingsprijs zijn wel de individuele woningverbeteringen, renovaties en andere geactiveerde uitgaven begrepen. De herwaarderingsreserve wordt alleen gevormd voor die complexen waar de marktwaarde hoger is dan de historische kostprijs.
10.8 Voorzieningen
10.8.1 Algemeen
Voorzieningen worden gevormd voor in rechte afdwingbare of feitelijke verplichtingen en verliezen die op balansdatum bestaan waarbij het waarschijnlijk is dat een uitstroom van middelen noodzakelijk is en waarvan de hoogte redelijkerwijs kan worden geschat. Voorzieningen worden tegen nominale waarde opgenomen. De voorzieningen hebben een overwegend langlopend karakter, tenzij anders is vermeld.
Wanneer de verwachting is dat een derde de verplichtingen vergoedt en wanneer het waarschijnlijk is dat deze vergoeding zal worden ontvangen bij de afwikkeling van de verplichting, dan wordt deze vergoeding als een actief in de balans opgenomen.
10.8.2 Voorziening deelnemingen
De voorziening deelnemingen is gevormd voor de verwachte uitstroom van middelen doordat de waarde van dochtervennootschappen volgens de vermogensmutatiemethode nihil of negatief is geworden en Woonin instaat voor de schulden van deze vennootschap respectievelijk de feitelijke verplichting heeft deze vennootschap tot betaling van haar schulden in staat te stellen.
10.8.3 Voorziening voor onrendabele investeringen
Verwachte verliezen als gevolg van onrendabele investeringen worden op het moment van besluitvorming als bijzondere waardeverandering in mindering gebracht op de boekwaarde van het complex waartoe de investeringen gaan behoren. Indien en voor zover de verwachte verliezen de boekwaarde van het complex overtreffen wordt voor dit meerdere een voorziening gevormd. Onder verwachte verliezen wordt in dit verband verstaan de netto contante waarde van alle investeringsuitgaven (verwachte stichtingskosten) minus aan deze investering toe te rekenen ontvangsten (verwachte marktwaarde verhuurde staat).
10.8.4 Voorziening latente belastingverplichtingen
Latente belastingvorderingen- en verplichten zijn toegelicht in paragraaf 10.3.2.
10.8.5 Jubileumvoorziening
Bij het vaststellen van de voorziening jubileumuitkeringen wordt rekening gehouden met de volgende elementen:
- de personeelsleden waarop de regeling van toepassing is;
- de geschatte kans dat personeel in aanmerking komt voor de uitkering;
- de leeftijden, salarissen en levenskansen van de personeelsleden;
- de hoogte van de uitkeringen;
- een rentevoet van 2% (2024: 2%) voor de berekening van de contante waarde.
10.8.6 Overige voorzieningen
Onder de Overige voorzieningen is een voorziening voor loopbaanontwikkeling opgenomen. Deze is gevormd ter dekking van toekomstige verplichtingen op het gebied van loopbaanontwikkeling, waarvoor medewerkers op grond van cao-bepalingen budgetrechten hebben opgebouwd. Bij het bepalen van deze voorziening wordt uitgegaan van het personeelsbestand ultimo boekjaar. De waardering is tegen nominale waarde gezien het onzekere tijdstip van besteding van het budget.
10.9 Langlopende schulden
10.9.1 Leningen
Langlopende schulden worden bij de eerste verwerking gewaardeerd tegen reële waarde. Leningen worden na eerste verwerking gewaardeerd tegen geamortiseerde kostprijs, zijnde het ontvangen bedrag rekening houdend met agio, disagio en aflossingen. Het eventuele disagio wordt gedurende de looptijd van de schulden lineair geamortiseerd en in de winst- en verliesrekening verwerkt. Het eventuele agio valt door amortisatie jaarlijks vrij. Deze vrijval bestaat uit het verschil tussen de betaalde rente en de effectieve rente en deze neemt jaarlijks toe.
De aflossingsverplichting voor het komend jaar van de langlopende schulden is opgenomen onder de kortlopende schulden.
10.9.2 Verplichtingen uit hoofde van onroerende zaken verkocht onder voorwaarden
In het kader van de verkoop van woningen volgens de MGE-regeling en de Koopgarantregeling heeft Woonin een terugkoopverplichting die mede afhankelijk is van de ontwikkeling van de waarde van de woningen in het economisch verkeer. De terugkoopverplichting wordt jaarlijks gewaardeerd op het bedrag dat de toegelaten instelling verschuldigd zou zijn indien op balansmoment het actief tegen de overeengekomen contractvoorwaarden teruggekocht zou moeten worden. Eventuele mutaties in deze verplichtingen worden in het resultaat verwerkt als 'Mutatie terugkoopverplichting verkoop onder voorwaarden'.
Indien de verwachting bestaat dat de terugkoop binnen één jaar zal plaatsvinden is de verplichting onder de kortlopende schulden verantwoord.
10.10 Kortlopende schulden
Bij de eerste opname van kortlopende schulden worden deze opgenomen tegen reële waarde verminderd met de direct daaraan toe te rekenen transactiekosten. De kortlopende schulden worden na de eerste waardering gewaardeerd tegen de geamortiseerde kostprijs volgens de effectieve-rentemethode. Winst of verlies worden in de winst-en-verliesrekening opgenomen zodra de verplichtingen niet langer op de balans worden opgenomen, alsmede via het amortisatieproces.
10.11 Operationele leasing
Leasecontracten waarbij een groot deel van de voor- en nadelen verbonden aan de eigendom niet bij Woonin ligt, worden verantwoord als operationele leasing. Verplichtingen uit hoofde van operationele leasing worden, rekening houdend met ontvangen vergoedingen van de lessor, op lineaire basis verwerkt in de winst- en verliesrekening over de looptijd van het contract.